182. FRIKADEL VAN KIP.

Een groote en een kleine kip, 5 hardgekookte eierdooiers, 4 rauwe

eieren (2 met en 2 zonder wit), 2 theelepels zout, 3 sneedjes geweekt

wittebrood, 2 fijngestampte beschuiten, 1/2 fijngestampte notemuskaat,

1 volle theelepel peper, 1 eetlepel gesmolten boter, 1 eetlepel ketjap,

1 kopje bouillon, djeroek-water naar smaak, beschuitkruim, boter.

Bereiding:

Van de kippen snijdt men al het vleesch af, terwijl men van de

beenderen, hartjes en levertjes bouillon trekt. Het vleesch wordt

fijngehakt, met bovenvermelde gestampte kruiden, het brood, de

gesmolten boter en de eieren en eierdooiers door elkander gemengd

en in een vuurvasten schotel gedaan, dien men te voren met boter

en beschuitkruim heeft besmeerd. Daarna doet men er den bouillon en

ketjap overheen, vervolgens het djeroek-water. Dit gehakt wordt nu

eerst van onderen wat opgekookt en verder in den bakoven (met van

boven vuur) gaar gebraden. Nu en dan wordt er met de vork in geprikt

en giet men er wat bouillon overheen. Men laat het braden, tot het

een mooie lichtbruine kleur heeft.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 203 / 1109 题