179. BEBòTòK AJAM.

Een groote vette kip, 3 eierdooiers, 1 à 2 kopjes santen, 3 lepels

fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 1 lepel ketoembar, 1

lepel djienten, 5 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 2 lomboks,

zout, ketjap en djeroek-water naar smaak, pisang-bladeren.

Bereiding:

De kruiden stampt men fijn, terwijl men van het kippenvleesch gehakt

maakt en met de gestampte kruiden, de drie eierdooiers, peper en zout

dooreen mengt. Leng dit gehakt aan met santen.

Nu neemt men telkens twee lepels van dit gehakt, doet dit op een

pisang-blaadje, giet er nog een weinig santen overheen en vouwt dan

het blaadje tot een pakje dicht en speldt dit vast met een bieting.

Men kookt deze pakjes boven den wasem gaar of wel men doet het gehakt

in kopjes en stoomt ze in warm water, zoodanig dat het water tot aan

den rand der kopjes komt; sluit den pot en laat alles koken tot het

gehakt gaar is.

Men eet deze bebòtòk met ketjap en djeroek-water.

N.B. "Bebòtòk-kool" wordt op dezelfde wijze gemaakt, maar in plaats

van kip neemt men zeer fijngesneden koolbladeren.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 200 / 1109 题