Een halve geraspte klapper, 1 lepel fijngesneden seréh, 1 theelepel
zout, 1/2 theelepel peper, 2 djeroek-poeroet-bladeren en 1 salam
blad, 1 kopje water, 1 kopje santen, 1 ei, 2 lepels asem-water,
boter of klapperolie.
Bereiding:
De seréh wordt met de verdere kruiden fijngestampt en met een ei, met
de heele bladeren, de santen, het asem-water, den geraspten klapper
tot gehakt verwerkt. Hiervan worden kleine balletjes gemaakt en deze
in boter of olie lichtbruin gebraden.