Een halve klapper, waarvan de bruine buitenschil is afgehaald, 2
lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 4 plakjes laos, 2 sioongs bawang-poetih,
1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, 2 djeroek-poeroet-bladeren
en kemangie-blaadjes.
Bereiding:
De klapper wordt geraspt, de kruiden met de djeroek-poeroet-bladeren
heel fijn gestampt, daarna wordt dit door den geraspten klapper
vermengd (ramès). Dit mengsel wordt op een schaaltje gearrangeerd en
met de kemangie-blaadjes netjes opgesierd.