53. KERRIE KABAB.

Een pond vleesch, aan dobbelsteentjes gesneden en aan bietings

gestoken, vier à vijf bij elkaar, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel

djienten, een halve vingerlengte gebrande koenjit, 1 of 2 lomboks,

5 uitgehaalde kemiries, 5 schijfjes laos, 2 lepels fijngesneden uien,

4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, een greepje klabet (fenegriek),

1 theelepel peper, een kwart vingerlengte fijngesneden djahé, 4 à

5 poearlaka (kardemom), 1/4 geraspte klapper; van den 3/4 overigen

klapper maakt men santen, asam-water of djeroek-water, zout en boter.

Bereiding:

Al de kruiden worden met den geraspten klapper fijngestampt en met

boter opgebraden, daarna de bietings vleesch bij de gebraden kruiden

gedaan, nadat dit vleesch eerst met het asem-water (of djeroek-water)

is besprenkeld. Vervolgens doet men bij dit alles de santen en laat

het samen gaar koken.

N.B. Men kan ook eerst de kruiden met de santen opkoken, daarna het

bieting-vleesch roosteren en dit met de santen besprenkelen. Die rest

santen als jus te gebruiken.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 67 / 1109 题