Twee kleine ikan-kakap, 6 midden doorgesneden lomboks, 2 stuks seréh,
elk een vingerlengte, 5 schijfjes laos, een stukje gepofte asem, ter
grootte van een duivenei, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam,
10 sioongs bawang-poetih, 2 lepels soja, zout naar smaak.
Bereiding:
De zes doorgesneden lomboks worden eerst gepoft en dan met de overige
kruiden, in een koewali, half met water gevuld, opgekookt.
Vervolgens wordt de visch schoongemaakt en, in stukken gesneden,
er bij gedaan. De gepofte asem wordt verder met water aangemaakt en
dit water met de soja door de piendang gedaan.
Dit laat men goed doorkoken, tot de visch gaar is.
Men kan ook andere kleine soort heele vischjes in plaats van kakap
gebruiken.