wordt even als de rijst gekoekoest [dezelfde bewerking, No. 1], doch
met iets minder water òf santen in een koewali geliwet of gekookt;
men doet dan bij deze tweede bewerking de ketan met wat zout op. (Zie
No. 3).
Ketan, in water gekoekoest dan wel geliwet. wordt even als de rijst
met scherpe sambelans en toespijzen genuttigd.
Ketan met santen geliwet, wordt als toespijs gegeven en eet men met
suikerstroop, dan wel met goela-djawa en met geraspten klapper.
Men heeft twee soorten van ketan, witte en zwarte. De laatste soort
wordt gewoonlijk alléén voor toespijs bereid.