OJAN PAVOOS UITDAGING.

Ver uit Tavartland kwam Ojan-Pavo,

Breed en krachtig onder Finlands zonen,

Stout en vlug, geweldig als een stormwind.

Met zijn vuist kon hij een eik ontwortlen,

Met zijn hand een wilden beer verworgen,

't Strijdros tillen over 't hoog staketsel,

Als een bies den moedigste doen buigen.

Daar nu stond de onwrikbare Ojan-Pavo,

Trotsch en krachtig in de volksvergaâring.

Op het plein, daar stond hij onder de andren,

Als een hooge pijnboom onder struiken.

En hij hief zijn stem op, en trotseerde:

"Is hier iemand, van een vrouw geboren,

Die mij van het plekjen, waar ik beide,

Ook éen enklen duimbreed kan doen wijken?

'k Wil hem heel mijn rijke hoeve geven,

Hij ontfangt mijn zilver ten geschenke,

Hij wordt meester over al mijn kudden:

'k Word zijn slaaf naar lichaam en naar ziele!"

Tot het volk sprak aldus Ojan-Pavo,

Maar de landjeugd deinsde met ontzetting;

Doodlijk zwijgen was het eenigst andwoord:

Niemand die het waagstuk dorst beproeven.

Maar verliefd en met bewondrende oogen,

Staarden al de meisjens op den dappre,

Die zoo heerlijk uitstak boven de andren,

Als een hooge pijnboom boven struiken,

De oogen schittrend met den glans der starren,

En het voorhoofd wolkloos als de hemel,

En de lokken golvende om zijn schouders,

Als een stroomval in de zonnestralen!

Uit de bonte vrouwenrei trad Anna,

Zij, de jongste en schoonste van de schare,

Lieflijk als een blonde lentemorgen.

Haastig treedt zij voort naar Ojan-Pavo,

En zij strengelt om zijn hals heur armen,

Drukt heur teederkloppend hart aan 't zijne,

Kust zijn mond met frissche rozenlippen,

Bidt hem smeekend van de plek te wijken,

Maar de held stond roerloos, schoon--verwonnen!

En nu week hij van de plek en juichte:

"Anna! Anna! 'k heb den strijd verloren!

U moet ik mijn rijke hoeve geven,

Gij ontfangt mijn zilver ten geschenke,

Al mijn kudden zullen u behooren:

'k Ben uw slaaf naar lichaam en naar ziele!"

Poëzy Nieuwe Bloemlezing uit de dichtwerken van J.J.L ten Kate · 第 106 / 144 题