Ik stierf!.... O Heer van levenden en doôn.
Ik dank U op mijn knieën, dat ge aan mij
Uw wonder hebt volbracht, zoo groot, zoo schoon,
Dat ik, ook ik--O Heer! hoe goed zijt Gij!--
Niet sterven slechts, maar zálig sterven mocht!
Gij weet, o Heer! hoe menigmalen ik
Gepeinsd heb aan dat uiterst oogenblik,
En in 't gebed Uw aanschijn heb gezocht,
U smeekend, dat Gij-zelf--ik kon het niet--
Mij zóo mocht voorbereiden, dat de dood
Mij eenmaal zacht en zalig de oogen sloot!
Nu, Heer! Gij, die geen biddend hart verstiet!
Die beê, gelijk al de andren, werd bekroond.
Ook hier, als immer, hebt Ge U groot getoond
En heerlijk, vol van liefde en medelij'!
Wat eenmaal vóor mij stond, is nu voorbij.
Ik stierf, eer ik mijn sterven heb vermoed:
Ik ondervond slechts dit: de Dood is zoet!
Gelijk een Moeder 't ingesluimerd wicht
Uit de enge wieg in 't lieve lentelicht
Ter nederzet: zóo hebt Ge mij al zacht
Van de Aarde naar den Hemel heengebracht.--
En nu, mijn lieve! laat mij gaan....