Dat eenmaal was, keert nimmer weêr:
De jeugd wordt niet herboren.
Haar zoete droom van liefde en eer
Omzweeft het grijzend hoofd niet meer--
Verloren is verloren!
Wel zien we in 't blauwend lichtgebied
De zonne daaglijks gloren:
Maar 't Heden is het Gistren niet:
't Zijn andre stralen die zij schiet--
Verloren is verloren!
Geen bloemtjen, dat in 't najaar sneeft,
Zal lentes wekstem hooren:
En schoon de dorre struik herleeft,
't Zijn andre bloemen die zij geeft--
Verloren is verloren!
Geen golfjen, hupplend langs heur baan,
Wordt door uw lied bezworen:
Wie dwingt het leven ooit tot staan?
't Vliet als een golf naar d' oceaan--
Verloren is verloren!