DE WAARDE VAN HET KLEINE.

Wil het kleine niet versmaden:

't Is de bron van groote kracht.

Kan hij de Eeuwigheid gewinnen,

Die het Oogenblik veracht?

Uit een vonkjen onder de assche

Rijst de blakerende vlam;

Uit het weggeworpen zaadtjen

Kiemt de statige eikenstam.

Groeiend tot een berglawine,

Rukt de sneeuwvlok rotsen neêr;

En de droppel bij den droppel

Wordt een peilloos Alpenmeir.

Ja, éene enkele gedachte,

Stralende uit eens Wijzen hoofd,

Kan een kranke waereld redden,

Die er dankbaar aan gelooft!

Poëzy Nieuwe Bloemlezing uit de dichtwerken van J.J.L ten Kate · 第 12 / 144 题