EEN BEKEND HUIS.

Wat wondre weemoed grijpt u aan

Bij 't huis, waar ge eens het oog van vrienden hebt zien blinken,

Wanneer daar andre stemmen klinken,

En vreemden op- en nedergaan!

Ja, 't is dezelfde deur, 't zijn de oude vensterboogen:

't Is of de drempel u verlangend naadren ziet:

Maar 't oude welkom groet u niet,

En--gij gaat stil voorbij met neêrgeslagen oogen!

Of peinst gij voort en toeft gij nog,

Niet lang zal u de droom op gouden vleugels dragen:

Ach, koele blikken, norsche vragen

Verjagen 't laatste zelfbedrog.

Wat wordt u 't vriendlijk huis? Een handvol koude steenen

Gij wischt, ontroerd, uw tranen af:

Als de oude vrienden zijn verdwenen,

Schijnt hun verlaten huis u leêger dan hun graf!

Poëzy Nieuwe Bloemlezing uit de dichtwerken van J.J.L ten Kate · 第 11 / 144 题