Zy nam de gelegentheid waar als hy alleen by haar was. Zy maakte in

den beginne eerst een onverschillig praatje met hem, daar na op het

stuk van liefde met hem vallende, vroeg zy hem hoe dat het kwam dat hy

niet en trouwde. Ik Mejuffrouw! zeide Thomas, wie zou my dog willen

hebben? Het was goed als hier eenige Negerinnen waren, daar mogt

'er nog een onder wezen die my tot haar man nam; maar geen blanke

zal my daar toe nemen. Hoe weet gy dat zeide Agnes, dewijl gy het nog

nooit iemand gevraagt hebt; maar zoo het u eens voorkwam dat de een

of andere Jonge dogter liefde voor u had, en het u te kennen gaf zoud

gy dezelve dan wel afslaan? Het kost 'er na wezen antwoorde Thomas:

maar ik geloof niet dat my dit ligt gebeuren zal. Wel als ik dan eens

zyde dat ik u beminde, hoe zoud gy u daar in houden vroeg Agnes. Ik

zoude denken dat gy met my spotte, antwoorde Thomas; want ik ben veel

te onwaardig om van u bemind te worden. Daar op Agnes hem met een

aangezigt 't welk rood was van schaamte en een bevende stem, die haar

vreeze te kennen gaf, aanspreekende, deed zy het op de volgende wyze.

Hoor Thomas zeide zy alhoewel het my weinig voegd een Manspersoon

zelfs aan te spreeken; zoo weet ik dog dat gy al te bescheiden zyt

om 'er u roem op te dragen, of my daarom te verdenken. Myn Liefde is

gegrond op de reden en op deugd, en daarom schaam ik my niet dezelve

te openbaren, aan u die 'er het voorwerp van zyt. Uwe hoedanigheden

zyn my bekent. Dewyl ik daar veel genoegen in neem, is het dat gy myn

hart gewonnen hebt; verwerp dan die Liefde niet die ik voor dezelve

heb; en maak my en u gelukkig met u daar aan over te geven. Ik geeve

u eenige tyd tot bedenking, en verwagt eerlang een voldoenend antwoort

van u; Daar op uit schaamte heenen gaande zonder na antwoort te wagten,

liet zy Thomas in de grootste verwondering des werelts alleen.

Thomas met aandagt toegeluistert hebbende toen zy hem haar Liefde

had verklaart, was 'er zodanig door verrukt, dat hy een wyl tyds

als van zinnen berooft was; wie zoude ooit gedagt hebben dat my

zulks zoude te vooren komen, ik my bemind van Juffrouw Agnes! Een

Maagd zonder weerga, en die al de hoedanigheden bezit die een braave

Juffer passen, daar by een eenige Dogter van Ouders die ryk zyn;

ik kan het bezwaarlijk gelooven. Maar myn ooren hebben het zelfs

gehoort, en myn oogen de ontroering in haar wezen gezien, die 'er

in haar hart omging! maar wat gedaan in zulk een omstandigheid? Myn

hart zou haar wel willen believen; maar de achting en eerbied die

ik voor haar ouders schuldig ben, weerhouden my. Wat dan gedaan zeg

ik nog eens. Het best is my by haar Vader te vervoegen, en hem de

zaak te openbaren; vind hy het goed, dan is het meer als al te wel,

en vind hy het kwalyk, dan is het beter dat ik my na zyn zin schik,

als een man te bedroeven daar ik zoo veel aan verpligt ben.

Met deeze gedagten begaf hy zig by de Heer N.... en als hy gelegentheid

gekreegen had om hem alleen te spreeken, sprak hy hem aldus aan. Myn

Heer zeide hy, ik moet u iets bekend maken, daar gy u ten hoogsten

over zult verwonderen; maar ik bid u verleen my een weinig uw aandagt,

want gy zyt zoo naauw in de omstandigheid der zaak betrokken, dat gy

het ten hoogste nodig zult hebben.

Wat is het dan Thomas, vroeg de Heer N.... ik ben nieuwsgierig het

zelve te weeten, gy kunt ten vollen van myn inschikkelykheid verzekert

zyn. Myn Heer zeide hy, u Dogter is op een Persoon verlieft, die het

gantsch niet waardig is, en dit kom ik u openbaren, op dat zoo het

niet na u genoegen mogt weezen, gy het by tyds beletten kunt. Myn

Dogter verlieft op een onwaardig Persoon! Dat kan ik niet gelooven,

zeide de Heer N.... En wie is die Persoon vervolgde hy wyder, kent

gy hem ook? Zoo goed als my zelve, antwoorde Thomas. Zoo goed als

u zelve, hervatte de Heer N....; maar laat my dog niet langer in

verwerring beduid hem my zoo gy wilt.

Myn Heer zeide Thomas, ik ben die onwaardige Persoon, zy heeft het my

zelve te kennen gegeeven en my daar over in de grootste verwondering

gelaten. Niet wetende hoe my 't best hier in te gedragen, heb ik gedagt

het u bekent te maken; op dat ik daar door my zelve kwytende van het

geen ik aan u verpligt ben; gy u besluit daar over zoud kunnen nemen,

en my zeggen of het met of tegen u zin is; want ik wilde liever van

al de voordeelen des Werelds afzien als u te mishagen.

Gy doet als een braaf man behoort te doen, zeide de Heer N.... maar

dewijl dit een zaak is die zeer teder is, zoo wort 'er wel eenige

tyd vereischt om my daar over te beraden.

De Heer N.... verhaalde de zaak aan zyn Vrouw om zig met dezelve

daar over te beraden; deeze vond de zaak zoo zonderling dat zy niet

weiniger daar over verwondert was als haar man.

Zy namen in den beginne daar geen al te groote genoegen in. 'T is

waar zy waren van de Deugden en goede hoedanigheden van Thomas wel

overtuigt; maar het dagt haarlieden niet wel te voegen, dat een Neger

met een blanke Dogter trouwen zoude: daar by geen middelen bezittende,

hadden zy liever een Persoon voor haar Dogter gehad, die wat meerder

daar mede gezegend was.

Na lang beraadslaagt te hebben wat zy het best in dit geval zouden

doen; besloten zy haar Dogter daar over te spreken, om te zien of zy

de genegentheid die zy voor Thomas opgevat had, niet uit haar hooft

zouden kunnen praten.

Ondertusschen viel 'er nog iets voor, 't welk zeer veel schade aan

de Liefde die Mejuffrouw Agnes voor Thomas opgevat had, zoude kunnen

veroorzaakt hebben.

Ziet hier wat van de zaak was.

Daar liet zig een Jong Heer by myn Heer en Mevrouw N.... aanmelden,

met verzoek om dezelve te spreeken; vermits hy een zaak van belang te

zeggen had. Dit wierd hem ten eersten toegestaan, te meer wyl het een

goed Vriend en kennis van de Heer N.... en zyn Familie was. Hy was een

Jongman van goede huize, van tydelijke middelen rykelijk gezegent;

dewyl zyn Ouderen gestorven zynde, hem als eenigste Erfgenaam

van aanzienlijke goederen nagelaten hadden. Hy was deugtzaam van

levensgedrag en fraai van gestalte.

Deeze Jonge Heer dan gehoor by myn Heer en Mevrouw N.... gekregen

hebbende, verzogt de vryheid te mogen hebben, van over haar Dogter

te verkeeren; vermits hy genegentheid voor haar gekreegen had. Zy

bedankte hem voor de eer die hy haar aandeed, en sloegen het geensins

af; maar verzogten eenige tyd om zig daar over te beraden. Hy was hier

mede te vreeden en na nog over eenige onverschillige zaken gesproken

te hebben, nam hy van haar afscheid.

Dit geval gaf nog meer aandrang voor Myn Heer en Mevrouw N.... om haar

Dogter aan te spreeken. Zy lieten dezelve by haar komen, en gaven haar

eerst het zoo evengemelde te kennen, zonder van Thomas te spreeken,

en droegen dezelve zoo voordeelig aan haar voor, dat zy wel merken

konde dat haar Ouders zeer met hem waren ingenomen. Dit trof haar

zoo geweldig en ontroerde haar; dat zy in plaats van te antwoorden,

op zyde van haar Stoel neerzeeg, en als een witte doek verbleekte. Dit

deed haar Ouders toeschieten, terwijl Mevrouw N.... haar een welriekend

Watertje onder de neus hield, om van haar flauwte te doen bykomen. Wat

is het myn kind zeiden zy, (toen zy een weinig by gekomen was) tegen

haar, dat gy u op dusdanig een wyze ontroert? Spreekt vryelijk uit;

want wy zoeken u niet in u genegentheit te dwingen, en indien gy

geen zin in de Persoon hebt die wy u voordragen, zoo hebt gy het maar

te zeggen.

Myn Waarde Ouders, zeide Agnes al zugtende, met een flaauwe stem,

weet dat ik niet meer meester van my zelven ben, en dat ik reets

myn hart aan een ander geschonken heb, daar ik meede hoop te leven

en te sterven, als gy het gelieft toe te staan; en zoo niet, heb ik

voorgenomen my nooit in den echten staat te begeeven, met wien het

ook zoude mogen wezen. Wie is dan die geen daar gy u hart aan hebt

geschonken, vroeg Myn Heer en Mevrouw N.... als zig houdende of zy

'er niets van wisten: het is Thomas antwoorde Agnes, die ik om zyn

Deugden bemin. Ik wil een man hebben die liefde voor de waarheid

en Deugd heeft, daar by eenvoudig en opregt, en dit alles heb ik in

Thomas gevonden. Van zoo een man die zulke goede hoedanigheden bezit,

kan ik liefde en trouw verwagten, heel anders als van sommigen,

die haar meeste bequaamheid bestaat in veinzery en arglistigheid,

en daar door de menschen meede weten in te nemen; zoo lang, tot dat

zy dezelve in haar magt hebben: als dan openbaren zy haar bozen aart

eerst regt, en die geenen die zig aan haar hebben overgegeven, worden

gewaar op wien zy zig betrouwt hebben.

Agnes! zeide de Heer N.... u verkiezing voor zoo ver gy op Deugd en

eerlykheid ziet, is goed en pryselijk: maar dat dezelve op een Persoon

als Thomas gevallen is, dit komt my wat zonderling voor. Een Neger van

een blanke Juffer bemind! Wie zou dit kunnen geloven? Thomas is daar

by een Persoon die behoeftig is; het geen hy bezit, heeft hy van my,

en ik heb hem van de slaverny vry gemaakt: gy in tegendeel zyt een

Juffrouw van fatzoen en van middelen, of ten minsten hebt gy dezelve

na ons Dood te wagten; zoo dat alles wel ingezien zynde, een groote

ongelijkheid tusschen u beide plaats heeft. Ik zoude u daarom raden

die gedagten uit u hooft te zetten, en dat gy liever een ander met u

min begunstigde, die beter met u staat overeen komt en een blanke is,

gelyk gy.

Wat zyn zwartheid aangaat Vader, zeide Agnes; ik bemin hem niet om

zyn couleur; maar om zyn Deugd, en wat zyn behoeftigheid betreft; het

zelve schrikt my gantsch niet af hem lief te hebben: Die deugtzaam is,

is ryk; hier kunnen geen schatten van het Oosten tegen ophalen: daar by

zyt gy van tydelijke middelen zoo gezegent, dat gy wel in staat zyt,

om ons het nodige te verschaffen; en wat wil men meer begeeren? 't Is

beter een weinig met genoegen te bezitten, als veel, met ongenoegen,

en daarom mijn waarde Ouders ik smeke u staat het my toe.

Myn Heer en Mevrouw N.... zagen wel dat 'er geen verandering van

zin in Agnes te krygen was, de goede hoedanigheden die Thomas bezat,

waren haar wel bekent; maar om reden hier boven verhaald, maakten zy

veel zwarigheid, om haar toestemming daar in te geven. Eindelijk de

liefde voor haar Dogter de overhand op de zwarigheden die zy over haar

verkiezing hadden krygende, zeide zy tegen haar. Waarde Dogter gy zyt

het eenigste pand van onze liefde, wy zoeken daarom het beste tot uwe

behoudenis, en al wat u tot een waar genoegen verstrekken kan. Dewijl

wy nu zien dat gy niet te verzetten zyt; zoo willen wy u de vryheid

laten in een keuze waar het geluk of ongeluk van u gansche leven in

vervolg van tyd van afhangt: maar bemind Thomas u wel weder, of hebt

gy ooit eenige blijken van liefde in hem tot u kunnen bespeuren?

Doe verhaalde Mejuffrouw Agnes aan haar Vader en Moeder, hoe zy zelfs

haar liefde aan Thomas geopenbaart, en hem eenige tyd tot bedenking

daar op gegeven had. Wy zullen op staande voet zien wat hy daar op zal

zeggen zeide de Heer N...., en daar op Thomas hebbende doen roepen,

quam dezelve in het vertrek daar Myn Heer en Mevrouw N.... met haar

Dogter waren. Wel Thomas zeide daar op de Heer N.... hebt gy u nu al

eens bedagt over het geen myn Dogter aan u voorgeslagen heeft? Thomas

ontroerde zig over deze vraag, en vroeg wat hy daar mede meende. Hoor

zeide de Heer N.... dewijl het my ten vollen bekend is de liefde

die myn Dogter voor u heeft; zoo is myn begeerte dat gy u daar over

ten eersten verklaart, of gy myn Schoonzoon zoud willen worden, en

die liefde die myn Dogter voor u heeft, met een gelijke liefde zoud

willen beantwoorden. Wat zegt gy hier op spreek......

Myn Heer zeide Thomas daar op tegens de Heer N.... ik zoude het

ondankbaarste schepzel wezen, dat 'er in de gansche wereld was; indien

ik een aanbieding afsloeg die mij de gelukkigste van alle stervelingen

kan maken. Na eerst zoo veel goedheden van u ontfangen te hebben,

die ik met duyzend levens niet kan betalen, doet gy my nog de eer,

om my te vragen of ik u Schoonzoon zou willen weezen, daar duizenden

van vry wat meer verdiensten als ik wel na zouden tragten. Hier op

zig voor de voeten van Mejuffrouw Agnes werpende, zeide hy Mijn

Waarde Agnes, die u jonge en teder hart aan my opgedragen heeft,

en my daar door de gelukkigste mensch maakt die 'er op de weereld

is, ik neem u aanbieding aan, ontfangt daar op mijn hart en hand,

tot pand voor mijn gegeven woord, en zyt verzekert, dat zoo lang als

'er adem in my zal zyn, ik u getrouwe man zal wezen.

Mejuffrouw Agnes regte hem doe op, waar op zy malkanderen

omhelsden. Vervolgens verrigte hy het zelve met Myn Heer en Mevrouw

N...., die hem als haar toekomende Schoonzoon begroete. Na verloop

van een korten tijd trouwden zy te samen, en daar wierden niet als

zeer weinige goede vrienden van beide kanten op het trouwmaal genodigt.

Het geschiede zonder eenige uiterlyke pragt; maar dit kon dog niet

beletten, dat 'er veele waren die 'er weinig goeds van spraaken. Het

quam de Wereld wonderlijk 'voor dat een man die onder een van de

fatzoenlijke lieden kon gerekent worden, zyn Dogter liet trouwen

met een Neger, die voor dezen zyn slaaf was geweest; maar de Heer

N.... redeneerde daar anders by zig zelven over, die wel wetende dat

alle menschen een en dezelve oorspronk hebbende, de geboorte of de

uiterlijke omstandigheden daar geen verandering in konden brengen;

maar dat de goede hoedanigheden die iemand van natuur bezat, hem eer

boven zyn evenmensch verheffen. Hy bevond ook in vervolg van tyd,

dat hy zig over dit Huwelijk niet behoefde te beklagen, vermits onze

Jonge Lieden zoo veel liefde voor malkanderen betoonden.

Onze Jonge Lieden bleven by Myn Heer en Mevrouw N... inwoonen; dewelke

een Buitenplaats huurden, waar op zy zig te samen met 'er woon begaven;

dewijl zy de vryheid beminnende, dezelve beeter in de ruime Lugt

vinden konden. Haar Huwelijk wierd met eenige Kinderen gezegend.

EYNDE.

Geschiedenis van een Neger Zyn Reize met de Heer N.... van Surinamen naar Holland.... enz. · 第 6 / 6 段