1 Paaschbest.

Het meisje boog beschaamd het hoofd, met eene uitdrukking, die

tevens voor treurig en misnoegd kon doorgaan, en nog eens meer viel

haar hetzelfde besluiteloos antwoord van de lippen: "Och, ik weet

niet, ik geef er niet om, ik zou liever thuis blijven." Ongetwijfeld

kon, of wilde zij de ware reden niet uitbrengen.

De jongman scheen verslagen.

"Ei maar, Zieneken!" sprak hij schier smeekend tot het meisje

naderend, dat nu ernstig door het venster keek; "'t was immers al

geschikt, en Siednie[1] staat alreeds gekleed en ik ga seffens gaan

inspannen."

Zieneken aarzelde. "Ja, 't is waar, Guustje," sprak zij, "maar..."

en zweeg weerom.

De oude boer, wien een fijnen glimlach om den mond speelde, bekeek

strak en sprakeloos de beide jongelieden.

Het is somtijds genoeg iemand op ernstigen toon van een besluit

terug te willen brengen, om hem, al voelde hij zelfs inwendig lust

van uwen zin te wezen, uit een gevoel van valsche schaamte in zijne

eerste meening te doen volharden. Ook voldoende is soms eene van

pas, door een in de zaak niet betrokken persoon uitgebrachte klucht,

om den wederspannige het belachelijke zijner houding te toonen en

zijnen weerstand, tegen welken de rede onmachtig bleef, te

overwinnen. Het was de barbier van den wijk, tevens houtzager en

herbergier, die, binnentredend om boer De Vliegher te scheren en met

het geschil bekend gemaakt, door een grappig voorstel 's meisjes

aarzelingen wist van kant te schuiven.

Guustje en Zieneken: Schetsen uit het boerenleven · 第 3 / 30 题