Vermits ook hier, even als te Oud-Loosdrecht alle de bewooners den
Gereformeerden Godsdienst belijden, zijn er geene andere dan de
Gereformeerde kerk voorhanden. In het reedsgemelde werk: Tegenwoordige
staat van Holland, leest men, betreffende dit artijkel: „De kerk van de
Oude Loosdrecht, is vrij ruim; doch oud, met een laag torentjen, zij
wordt echter zeer wèl en net onderhouden; die van de Nieuwe Loosdrecht,
is netter en nieuwer, en heeft een schoonen toren, met een goede spits,
die van vrij verre kan gezien worden”: de toren is vierkant, hoog en
zwaar, en het spits met leiën gedekt: in allen deelen beantwoordt het
gebouw voords aan de berichten bij ons ingewonnen, naamlijk dat het nog
de plaats der Godsdienst-oefeninge onzer Landgenooten van vóór de
reformatie was, zo wel als de kerk van Oud-Loosdrecht, zodanig dat
deeze de Parochiekerk was, en die van de Nieuwe Loosdrecht derzelver
capel; gelijk zij dan ook weleer door de Roomschen genoemd werd, onze
capelle van de Zijpe; men wil dat deeze capel omtrent den jaare 1400
gesticht zij: de toren heeft twee wijzerplaaten, waarop men het jaartal
1762 leest, zijnde het jaar waarin gemelde plaaten vernieuwd zijn.
Naast den ingang der kerk is mede één der reeds gemelde vier
dorps-brandspuiten geplaatst, en tegen een der zijmuuren van het gebouw
ziet men eene soort van open houten huisjen, ten dienste van den koster
en schoolmeester wanneer hij, amtshalven, voor dorpelingen iet moet
afleezen.
Rondsom de kerk is een kerkhof dat niets ongemeens heeft, niets anders
dan, tegen een der muuren van die kerk aan, een vierkanten marmeren
graftombe; hebbende echter geen ander cieraad, dan dat op het voorstuk
deszelve is uitgehouwen, een gehelmd man, in boerschen of
Oud-Hollandschen burger kleeding, hebbende een ijzeren stormhoed op:
aan zijn linker arm heeft hij een schild, en in dezelfde hand een
zwaard; in de rechterhand heeft hij een soort van hamer aan een langen
stok die op zijn schouder ligt.
Inwendig heeft het gebouw niets bijzonders: alles is er zeer wèl en
geregeld: de bank voor den Heere of Vrouwe der Heerelijkheid staat,
even als in de kerk van Oud-Loosdrecht, recht tegen over den
Predikstoel.
Het Schoolhuis is nabij de kerk, en is een gebouw aan het oogmerk
beantwoordende.
De Pastorij is achter de kerk, en heeft een zeer grooten hof.
Een Wees- of Armen-huis is te Nieuw-Loosdrecht niet; de weezen en armen
worden er bij de ingezetenen besteed, en zo de regeering al eenig
gebruik van het weeshuis in de Oude Loosdrecht begeert te maaken, moet
hetzelve, bij wijze van besteeding, betaald worden.
Wegens de wereldlijke gebouwen, staat ons hier niets aantetekenen: zie
dit zelfde artijkel onder onze beschrijving van Oud-Loosdrecht.