BEZIGHEDEN.

Voor eenige jaaren was in de Oude Loosdrecht eene vrij aanzienlijke

porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar den Amstel verplaatst

geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.

Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk,

geoefend; doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der

Heerelijkheid, is het baggeren van turf, en vermits, zo wel het

baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf, veele schepen en

schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het

scheepmaakers-handwerk aan den gang.

Voor iedere morgen gronds die in de Loosdrechten uitgebaggerd zal

worden, moet de aanneemer ƒ 300 guldens geeven, (inleggen, zegt men

aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de

interessen van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de

bepaalde verponding: het geen er overschiet wordt den aanneemer ter

hand gesteld—Onder Loenerveen is dat inleggeld ƒ 400, om dat aldaar uit

de interessen ook nog het molengeld betaald moet worden.

Er zijn in Oud-Loosdrecht ook veele visschers die hun sober bestaan in

de uitgeveende plassen vinden—anderen, echter niet zeer veelen, leeven

van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij; dit heeft nog

meest plaats aan het Leeg-eind des dorps, zo als de Loosdrechters het

noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden

huizen, maar alleenlijk weilanden heeft.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 425 / 455 题