DE OVERMEERSCHE SCHANS,

Gelegen aan den Hinderdam, aan de westzijde van de Vecht, ruim een uur

gaans van de stad Weesp: deeze ligt op een eilandjen, in het midden van

de aangenaame Vecht meergemeld, zo dat men er rondsom kan heenvaaren:

zij is in of omtrent den jaare 1747, ongemeen veel verbeterd—„In een

kaart van 1619,” leezen wij, „wordt hier een dam getekend, die dwars

door de Vecht lag, en met sluizen voorzien was: in deeze kaart vindt

men geene sluizen te Muiden, zo dat men hier het water van de Vecht

schijnt te hebben afgeschut; waaromtrent het maaken van de

Uitermeersche sluis verandering schijnt ten wege gebragt te hebben.”

Tusschen de Uitermeersche Schans, en den Hinderdam, stond weleer het

Huis ten Bosch, zijnde eene oude Ridder-Hofstede, aan den Huize van

Ysselstein toebehoorende; doch wij kunnen zulks echter als geene

bijzonderheid van deezen omtrek opgeeven, om dat er thans volstrekt

niets meer van dat Huis voorhanden is: in den oorlog tusschen Hertog

Filips van Bourgondiën, en den Bisschop van Utrecht, werd dit

aanzienlijke Huis door het krijgsvolk van den Hertog geheel verwoest:

evenwel schijnt men het daarna weder opgebouwd te hebben, aangezien men

aangetekend vindt, dat de Franschen, in den oorlog van den jaare 1672

en 1673, hetzelve andermaal geheel hebben vernield.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 412 / 455 题