Het eenige dat wij onder dit artijkel kunnen aantekenen, is het
Rechthuis van de Bijlemer, staande aan het begin van het grondgebied,
van den kant van het Weesper-tolhek gerekend; het is een net vierkant
maar klein gebouw, hetwelk echter niets bijzonders aan zig heeft, zo
min van binnen als van buiten: er staat een aartig klein torentjen op,
waarin een klok, die van binnen getrokken wordt: dezelve wordt geluid
bij gelegenheid van eene of andere gerechtlijke afleezing.
Voor het huis staat een geesselpaal, die echter, volgends verzekering
der oudste ingelanden, bij geen menschen geheugen gebruikt is geworden;
ook maakt men in dit rechthuis geen gebruik van gevangenhouding; zo er
al eens een gevangene is, wordt dezelve te Weesp in bewaaringe
gezonden; zelfs wordt het Rechthuis niet gebruikt tot het vergaderen
der Regeering over de Bijlemer; voorheen geschiedde zulks wel; doch
sedert zitten de Regenten over deezen Stok, op het Stadhuis te Weesp,
als leden van Weesper-kerspel.
Ons artijkel regeering kunnen wij hier met stilzwijgen voorbijgaan,
alzo wij hetzelve in ’t artijkel van dien naam onder Weesper-kerspel
verhandeld hebben.
Van voorrechten der Bijlemers, vinden wij nergens iet bijzonders
aangetekend.