GROOTTE.

Daar de grootte der vier Stokken van Weesper-Kerspel zamengenomen

opgegeven worden, (gelijk wij hiervoor ook gezien hebben,) is de

grootte van iederen Stok niet afzonderlijk te bepaalen: de Bijlemer

intusschen, ofschoon van ouds niet zeer groot geweest zijnde, was

echter uitgestrekter vóór de bedijking der Bijlemermeir, dan thans na

die bedijking; alzo met dezelfde bedijking, eene menigte van de

Bijlemer-landen in de bedijking getrokken zijn.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 354 / 455 题