NAAMSOORSPRONG.

Hiervan kan niets met zekerheid gezegd worden, ten minsten voor zo

verre ons bekend is: het draagt ook den naam van Bijlemer-broek, of,

naar eene oudere spelding Bijlemer-brouk; ook Bijlemermeir-brouk, en

eenvoudiglijk Bijlemer: in zekere oude brieven wordt het ook

Windelmerebroke genoemd, hetwelk, volgends het geen Commelijn ons

verzekert, op Bijlemer-broek of de Bijlemer toegepast moet worden.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 353 / 455 题