DE GILDEN

deezer Stad zijn de volgende:

Het Timmermans, Metselaars en Glazenmakers Gild.

Het Chirurgijns Gild.

Het Kuipers Gild.

Het Lakenkopers en Kledermakers Gild.

Het Schoenmakers Gild.

Het Bakkers en Kramers Gild.

Het Turf- en Koorndragers Gild.

Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde

nominatien, Gildemeesteren verkozen.

HANDVESTEN EN PRIVILEGIEN (Voorrechten).

Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij

slechts de voornaamste en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in

aantal zeer veelen.

Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer

door den druk gemeen gemaakt,) dat, van Willem van Beieren, in 1355 aan

die van Wesop gegeven; waar bij het hen vergund is, dat zij met allen

heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande

ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende

van Vrieslandt, voerbij alle onse tollen. Van welk Voorrecht de

Kooplieden van Weesp noch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende

Hertoch Albrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht

eener vrije Jaarmarkt, duerende vier daghen voor ende vier daghen na

sinte Victorisdagh enz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren, ten

ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot

Sparendamme, hoewel hij hen twee Jaaren te vooren, volgende een op

Pergament geschreven handschrift der Privilegiën van Muiden, het zelve

Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de Stede Beverwijck,

tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gaf Jan van Beieren, aan

de Burgerij van Wesop het recht van Vonnissen te moghen halen, (niet,

gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen),

maar bij hunne eigene Rechters, op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat

Gerecht van der Parochie. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen

Criminele Rechtbank gehad te hebben, welke handvest door Filips van

Bourgondien, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient

ook geteld te worden, het verdrag of accord tusschen de Steden Utrecht,

Weesp en Muiden in 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is

vastgesteld, dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren,

poerteren ende ondersaten niet besetten noch belasten van ghenen

saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren, poerteren en ondersaten

elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en beclaeghen,

ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons

schult ofte misdaden alleen enz. 1545. bevestigde Karel de Vijfde, op

verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der Stad

Weesp, het recht van Exue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren,

dat geen memorie van menschen ter contrarie en is, mede gheuseert

hadden.

’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere

satisfactie in den Jaare 1577 tusschen Willem den Eersten en

gevolmagtigden van Weesp en Weesperkarspel gesloten, dan om bijzondere

redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen der Stad

beschrijven zullen.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 334 / 455 题