Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst
gelegen is, en weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot
in haar beslag, en verrukkelijk in haare ligging was; dan, thans is
dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde, en noordzijde.
Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen
logeeren; niets zonderlings is het derhalven ook, dat men er geene
logementen vindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam
verdienen te draagen; bij een en ander dorpeling, kan men echter het
noodige ter ververschinge bekomen.