De Gereformeerden te ’s Graveland (thans ruim 230 ledemaaten
uitmaakende, zonder daaronder te betrekken dezulken die des zomers, op
hunne lustplaatsen woonende, met hunne dienstboden daar den openbaaren
Godsdienst bijwoonen, en veelen van welken er ook ’t avondmaal houden;
deeze ledematen) worden bediend door één’ Predikant, zijnde thans de
Wel-Eerwaarde en zeer geleerde Heer Nicolaas Govert van Blijenburg,
Jerph. Benj. Fil., behoorende onder de Classe van Amsteldam.
Den 27 julij 1660, werd door den toenmaaligen Predikant, met behulp van
twee nabuurige Predikanten, eenen Kerkraad aangesteld, bestaande uit
twee Ouderlingen en twee Diaconen; uit welk getal de Kerkenraad nog
bestaat: elk jaar wordt door de Predikant en verdere Leden des
Kerkenraads, een Ouderling en een Diacon gekoren, in plaats van twee
anderen die afgaan: noch Gerecht, noch Hoofd-Ingelanden, hebben met
deeze verkiezing iet te doen: ook heeft de Kerkenraad de vrije
beroeping van eenen Predikant, doch de approbatie geschiedt door Heeren
Hoofd-Ingelanden, aan wien de Kerkenraad den beroepenen, met verzoek
van goedkeuring, voorstelt; terwijl ook bij die zelfde Heeren, vooraf
handopening tot het maaken van eene nominatie en ’t beroepen eens
Predikants daar uit, verzocht moet worden: op deeze wyze werdt in ’t
jaar 1705, in plaatse van den (op te vooren gezegde manier door de
Classis van Amsteldam, beroepen) overledenen Predikant Cornelis van
Midlum, beroepen deszelfs zoon, Gerard van Midlum, Predikant te
Muiderberg; en vervolgends in ’t jaar 1726, H. J. Elzevier; in ’t jaar
1746, Antonius van der Os, die in ’t jaar 1748, door de Gereformeerde
gemeente van Zwol beroepen werd; doch vervolgends tot de Doopsgezinden
is overgegaan en thans nog by dezelve te Saandam Leeraar is: in ’t jaar
1748, werdt beroepen Willem Lobé, sedert het jaar 1779 rustend Leeraar:
in zijne plaats werdt beroepen Willem Leendert Krieger, thans Predikant
in ’s Graavenhaagen; in ’t jaar 1787, is beroepen Henricus Johannes van
Wijck, thans te Nijmegen Predikant, en in deszelfs plaats in ’t jaar
1786, de tegenwoordige Leeraar, reeds gemeld.