Deeze is even als op genoegzaam alle de Gooische dorpen: de Hooge
Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen van
Naarden; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf
Schepenen; er zijn ook twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten
gewoonlijk uit elk quartier van het Dorp gekozen worden; de Schout, en
de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen ieder een getal van
vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe
Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben,
verkozen worden, welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt
zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester, in plaats van den oudsten in dienst
zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot het verkiezen van vier
nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.
Het schijnt dat het Dorp Laaren weleer met Hilversum onder een zelfd
Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die van Hilversum een
handvest van Hertog Jan van Beiëren, waarin hij niet alleen aan den
Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag, vijf Schepenen
voor Hilversum te kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding
te maaken tusschen Larenkerspel en Hilversum; „doch de Schepenen van
beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten in het
Gooiland, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd
was, verborgd zoude worden bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe,
daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen van Hilversum zouden hun
eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten,
gelijk die van Laaren voormaals plagten te doen.”
Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat Hilversum
met Laren in het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de
scheiding is geschied in 1605.