Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een
herberg vereenigd; het maakt van binnen en buiten een zeer goede
vertooning, en is kort na den brand van het jaar 1766 opgebouwd: van
vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde elf treden heeft,
en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang, ter
wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder
vertrek vindt men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt
is—beneden is de wooning van den Dienaar der Justitie; het vertrek voor
de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers als ’s winters gehouden
wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien met
engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat het
Hilversumsche wapen: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin
ook een klok hangt.