Bestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen landbouw;
er wordt, gelijk elders in Gooiland, veel boekwijt gewonnen; men legt
er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange raapen, en andere
aardvruchten: eenige andere Huizenaars geneeren zig met het weeven van
grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van katoen tot pitten
voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten
huns arbeids worden voornaamlijk te Amsteldam vertierd.
De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe de Zuiderzee,
gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er
bot gevangen: deeze wordt met karren langs de Vecht gevoerd, onderweg,
en ook niet weinig te Utrecht verkocht; eenige anderen zeilen met hunne
vangst naar Zeeburg, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens
laaden, en ze daarmede rondsom Amsteldam, in de Diemermeir en elders
verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet in Amsteldam
mogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den
verkoop binnen de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen
ter poorte in, en venten de bot langs de huizen uit; doch daar zij dus
doende de markt-pachten niet betaalen, wordt hen niet zelden alles wat
zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak schadelijk,
echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij
met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het
lot van beroofd te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten
dien verboden handel te staaken.
„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking
te droogen, die, hoewel zij te Amsteldam, onder den naam van
Harderwijker bokking, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere
marktplaats,” (op het Koningsplein,) „gesteld is, echter zo smaaklijk
niet is als de oprechte Harderwijker visch, ’t welk aan de wijze van
rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel spiering
gevangen en vertierd.
Wegens de afzonderlijke geschiedenis van Huizen, kan niets bijzonders
gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten weinig
deel gehad.
Bijzonderheden zijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.