Deeze is wederom als op alle de andere dorpen van Gooiland, zie het
geen wij deswegen onder onze beschrijving van Hilversum, enz. gezegd
hebben.
Er zijn te Huizen twee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen
verkozen worden, en voor hun leven aanblijven.
Bijzondere voorrechten heeft Huizen niet; ook liggen deszelfs inwooners
onder geene bijzondere verpligtingen.
In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit
dorp:
„Eerstelijk dat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten
zuidoosten van Gravenveld, en ten zuidoosten van de Landerijen die
opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt duinen, strekkende in de
lengte van de Huizer Neng af, van daar zuidwaarts op tot aan de
plantagie van de Wed. de Heer Hendrik Thierens, en grenzende tot aan
het veld van de Wed. den Heere Abm. Scheerenberg: loopende in de
breedte van Gravenveld, en de voornoemde zogenaamde duinen,
zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord hebbende de Heer van
Hoorn, de Wed. de Heer Cornelis Nagtglas, en tot de velden van andere
particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder begrepen de
heijde genaamt de Catheet, tot aan het land van de Wed. de Heer
Scheerenberg voornoemd.”