De Dorps- of Gereformeerde kerk, die alhier gevonden wordt, heeft
uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang; zij draagt een
dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen is
’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en
daaraan gevoegde verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk;
zijnde alle die gestoelten bevallig bruin gekleurd.
Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen
kaarskroonen.
Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd:
uitwijzens het volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:
In uw vernieuwde kerk, o Huizen! staan Gods knechten,
Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.
Een ander versjen luidt dus:
Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,
Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.
De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer
voldoende: in het school worden alle de dorps-kinderen, van wat
Godsdienst ook, ontvangen.
Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen
worden by de inwooners besteed.
De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot
wier vernieuwing de Heer Jacobus van Hoorn, in zijn leven Leeraar der
Vereenigde Waterlandsche en Vlaamsche Doopsgezinden te Amsteldam, veel
toegebragt heeft.
Wereldlijke gebouwen zijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt
gehouden in eene herberg, dat een zeer aanzienlijk en spacieus gebouw
is.