STICHTING EN GROOTTE.

De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid

te bepaalen; men wil dat het reeds zeer oud zij.

Wat de grootte betreft, het wordt in de quohieren der verpondingen

begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690

roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onder Bussem

gelegen; allen Gooische morgen van 800 roeden groot; intusschen

geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle andere plaatsen van

Gooiland, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid

van de heiden mede te rekenen.

Dat het dorp Huizen, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid

moet hebben, blijkt uit de toeneeming van het getal der wooningen

aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt men er 136 voor

aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des is

het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan

ééns zo groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van den

Gereformeerden Godsdienst; men heeft er ook veele Doopsgezinden, en

eenige weinige Roomschen.

’T WAPEN.

Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 220 / 455 题