NAAMSOORSPRONG.

Over deeze wordt bij de oudheidkundigen verscheidene gissingen gemaakt,

doch wij gaan dezelven met stilzwijgen voorbij, alzo de eene zo

ongegrond als de andere is, en zij derhalven onzen Leezer weinig

vermaaks kunnen geeven: Gooiland vinden wij dat weleer Nardingerland

heette, waarschijnelijk naar eene bezitster of bezitter, zo als de naam

Gooiland ook ontstaan is, (zie bladz. 2 in Nota,) Narding of Nardinger

geheten, en daar het steedjen waarvan wij thans spreeken de hoofdstad

van dat grondgebied was, is het te begrijpen hoe hetzelve dan den naam

van Naarden heeft bekomen.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 203 / 455 题