De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste
plaats, en onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen
penning kan het zelve van onderen tot boven bezichtigd worden; en die
de Vaderlandsche Historie slechts ingezien heeft zal moeten lagchen
over het bloed van Graaf Floris, ’t welk men nog op den houten vloer
ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat, ja er zelfs weêr op komt
als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij dat Floris in die
zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, door Van Velzen vermoord is,
schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is
geworden: ’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem
naar Engeland overtevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of
het gat, waarin men hem tot den naderen aftogt smeet, word ook nog
aangeweezen: een onzer dichters schijnt den grouwzaamen moord mede op
het slot te plaatsen, daar hij zegt:
Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t Muiderslot
Befaamd door Floris dood, hier van zijn kroon geknot,
Toen Velzen, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,
Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stooten
En Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,
Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.
De gevangenis van Van Velzen, is allerakeligst: in de andere gevangenis
leeze men de onderscheidene versjens, als andere inscripties, welken
door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt in de
onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen
geloofd moeten worden.
De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook
gezocht worden.