Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene
schrijvers willen dat zij de oudste van geheel Holland zij; intusschen
heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde
aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van
duifsteen opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed
orgel: de gemeente aldaar, ruim 300 leden sterk, wordt bediend door
twee Predikanten, behoorende onder de Classe van Amsteldam: vóór den
jaare 1632, had Muiden maar één’ Predikant.
De Roomschen hebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend
wordt door één’ wereldsch Priester.
Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezene Catharijneklooster, dat
door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan
twee Vaders, en even zo veele moeders—weleer was er nog een
overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve nu
geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.