De stichting deezer Heerelijkheden is mede duister, er kan mogelijk iet
dergelijks van gegist worden, als wij hiervoor onder Waveren, wegens de
stichting van dat dorp, hebben opgegeven.
Wat de grootte betreft: „De quohieren”, leezen wij desaangaande,
„begrooten de landerijen in de drie Ambachten op 467 morgen, 100
roeden; doch de uitgestrektheid is zekerlijk grooter; want volgends de
medegedeelde opgaave, bestaat Waveren in twee polders; de Zuiderpolder
gemeen met Waverveen, die voor 422 morgen, 197 roeden, zo land als
water, in de verponding betaalen; de Noorderpolder is 414 morgen 122
roeden groot. In de lijst van den jaare 1612,” leezen wij verder,
„stonden voor Waveren, Botshol en Ruigewilnisse, 46 huizen, en in die
van 1732, is het op 74 nommers vermeerderd”, thans zijn er 80 huizen,
die bewoond worden door nagenoeg 430 menschen, (de kinderen daaronder
begrepen;) van deeze bewooners zijn bijna 160 van den Gereformeerden
Godsdienst, de overigen zijn meest allen Roomsch.