NAAMSOORSPRONG

Van Waveren, hebben wij hier voor onder Waverveen reeds gesproken: van

die van Botsholl en Ruigewilnisse is niets met zekerheid te zeggen;

echter is het zeker, dat de familie en afstammelingen van Oetgens, een

oud en aanzienlijk geslacht, circa twee eeuwen, Heeren deezer Ambachten

zijn geweest: een gedeelte van Ruigewilnisse, thans het Achterbosch

genaamd, benevens twee meirtjens, waarvan het grootste de Galgmeir

genaamd, aldaar, en het kleinste in de landerijen van ’t Sticht onder

de Proosdije Aasdom ligt, is door den Heere Anthoni Oetgens, toen

Schepen en naderhand Burgemeester te Amsteldam, in 1624 van het

Kapittel van St. Pieter te Utrecht gekocht, en alhier gelegen zijnde,

bij Ruigewilnisse gevoegd. denkelijk hebben de Heeren Oetgens, voor hun

en hunne nakomelingen, den naam van Waveren er bij aangenomen, gelijk

deeze Heerelijkheid omtrent den jaare 1760 nog bezeten werd door den

Heere Bonaventura Oetgens van Waveren, Burgemeester der Stad Amsteldam,

op wiens Successeuren dezelve is gedevolveerd, tot op de tegenwoordige

Ambachts-Vrouwe Mevrouwe Brigitta Susanna Jacoba Lups, geboren Van Dam,

een afstammeling van de Oetgens van Waveren, eene Ambachts-Vrouwe, die

de liefde en hoogachting der in- en op-gezetenen van beide

Heerlijkheden wegdraagt.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 169 / 455 题