KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

De Gereformeerde Kerk welke hier wederom in de eerste plaats in

aanmerking komt, is de derde die Waverveen geheugt: de eerste Kerk na

de reformatie stond op deeze zelfde plaats, dewelke in den jaare 1592

door Petrus Edessen, Predikant van Amstelveen en Ouderkerk, met eene

openbaare Leerrede ingezegend is; in het zelfde jaar (1592) werd de

Proponent Cornelius Paludanus tot gewoon Leeraar deezer gemeente

(schoon het getal der ledemaaten maar slechts vijftien was,) beroepen;

de voorn. Kerk werd tot in het jaar 1697 tot den openbaaren Godsdienst

gebruikt, wanneer dezelve door verzakking reeds bouwvallig was

geworden, en men gelegenheid had of bekwam, om naar gedachten met

minder kosten, dan de Oude kerk te herstellen, een groot gebouw,

hetwelk op een andere plaats schuin tegenover, naast het

buitenplaatsjen thans Veenlust genaamd, reeds stond, te maaken en te

bereiden tot een Kerkgebouw; dit huis was aangelegd en gebouwd geweest

tot een groot en aanzienlijk woonhuis, maar de bouwer en eigenaar van

hetzelve overleden zijnde, was er gelegenheid om het te kunnen bekomen;

en men vond goed, de Oude kerk te verlaten en het voorn. gebouw tot een

Kerk te vervaardigen en verder optetimmeren, met dien spoed dat er den

3 Maart 1697 de eerste Godsdienstoefening in werd verricht, en door den

Wel-Eerw. Abraham Oosterlandt, ten dien tijde Predikant aldaar, werd

ingewijd; de fundamenten van dit gebouw waren niet wèl gelegd of

verzorgd, zo dat het verzakte en scheurde in zo verre dat er geene

mogelijkheid was om het eenigzins te herstellen, en het des met eene

jammerlijke instorting dreigde, waarom dan de Predikant en Gemeente

hetzelve verlieten, en hunnen toevlugt tot het Schoolhuis namen, alwaar

zij op een zeer ongemaklijke en bekrompene wijze, twee jaaren lang de

openbaare Godsdienstoefening verrichtten; tot dat de derde of

tegenwoordige Kerk in den jaare 1755 volbouwd was, en 3 Augustus door

den Wel-Eerwaardigen Do. Jan van Staveren met een Leerrede over Esra 1.

vs. 5–6 is ingewijd: deeze Kerk is in alle deelen een net en kunstig

gebouw, zijnde van buiten een Kruis-kerk, en van binnen met witte

muuren, coupelswijs opgemetzeld: zij is wel niet groot, maar groot

genoeg voor de gemeente, die er in vergadert; ze is met een pannen dak

gedekt, en draagt een vierkant open torentjen met uur- en slagwerk, dat

met een agtkant rond gedekt is, zijnde ook van een agtkant spits

voorzien: rondsom de kerk ligt, gelijk op de meeste Hollandsche dorpen

plaats heeft, een vrij ruim algemeen kerkhof met een gezand pad

omgeeven, en aan de buitenkant met een Ipen haag voorzien: de toegang

tot het Kerkhof en Kerk is met een modieus hek van de kerklaan

afgesloten.

Boven den ingang leest men in eenen steen uitgehouwen:

Ezaia xxvi. vs. 8.

De eerste steen is gelegd door,

Jan David Brouwer, van Stavoren,

op den 15 July MDCCLIV,

Aangelegd en volbouwd, onder het beleid van

Coenraad Hoeneker, Mr. Metselaar te Amsteldam.

Van Staveren’s leeraars zoon, lag mij den eersten steen,

o God! vergroot den glans, die mij reeds mild bescheen;

Verschijn zo heerlijk, en wil hier in vrede geeven,

Dat veelen ingaan door uw woord en geest ten leven.

Hendrik Lussing Matthysz.

Eccl. iv. vs. 17.

Tot voor omtrent tien of elf jaaren was het ruim der Kerk alleenlijk

door een groote midden, en aan wederzijde van dezelve twee kleine

deuren in den muur van den buitenweg afgesloten, het geen, dat te

begrijpen is, zijne onaangenaame gevolgen had; doch ten gemelden tijde

is die ingang door een vrij ruim portaal, met twee groote deuren van de

genoemde buitendeuren afgescheiden.

Van binnen is het kerkjen in alle deelen zeer net ingericht; tegen over

den ingang is eene vergaderkamer, voor die geene welken met de zaaken

der kerk belast zijn; boven dezelve is een kleine gaanderij; eene

dergelijke heeft men, om het regelmaatige in de bouwing te bevorderen,

ook boven het nieuwe portaal voornoemd gemaakt.

De zoldering van het ruim is geheel en zeer net gestukadoord; in het

midden van dezelve is eene ronde opening, waarin de stang van een

kaarskroon, door welke, onder den avond godsdienst de kerk verlicht

wordt, is vastgemaakt aan de eene en andere zijde van gezegde opening,

leest men, op het stukadoorsel, met fraaje groote gouden letters:

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 156 / 455 题