Onder de aangenaame wandelingen waarmede het wereldberoemd Amsteldam,
in zijnen ommekring pronkt, behoort ongetwijfeld de vermaaklijke
Diemer- of Watergrafts-meir, te aanmerkelijker daar dezelve door de
hand der kunst, en door het taai geduld van den noesten arbeid uit het
water voordgebracht is; waarom zeker dichter te recht zingt:
Waar de gladde vischjens zwierden
In het spieglend element,
En daar ’t taaje fuikjens cierden
Zijn nu kluitjens voor de lent.