Oudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een
kruidmakerij, op de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest:
te Diemen woonden groote reders in de walvischvangst; er waren
wasbleeken, een wolwasserij: voords waren de opgezetenen voor het
grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers, thans is de landbouw,
en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.
De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar
uitteventen.