BEZIGHEDEN

Oudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een

kruidmakerij, op de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest:

te Diemen woonden groote reders in de walvischvangst; er waren

wasbleeken, een wolwasserij: voords waren de opgezetenen voor het

grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers, thans is de landbouw,

en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.

De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar

uitteventen.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 128 / 455 题