De Kerk van Diemen was eertijds een Parochie-Kerk, aan de H. Maagd
opgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie
werd beurtlings door den Paus en de Proost van Oudmunster vergeven: ’t
gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is,
voorheen veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen,
die door de brand weggeraakt zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel
en schoone Capellen voorzien, van welke thans één tot een Consistorie
en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige duistere
overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude
voorzeggingen, en van de vervulling derzelver in de persoon des
Zaligmaakers: het gebouw is zeer ruim doch oud, en dreigt, gelijk de
toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten: de grond van de
Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der
reformatie voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uit Amsteldam
kochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de
klokken, die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus
zelven gewijd, waardoor ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van
afsterving, dezelven, veel langer dan op andere plaatzen, laat luiden.
Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t,
gelijk gezegd is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van
bewooners dier banne als van elders.
Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan,
dewijl het zelve zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden,
is het afgebroken; in den jaare 1770 is op den kerkweg naar Diemen, een
nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis
heeft beneden vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd,
gestucadoord en behangen, behalven een zeer groote zolder en vliering;
naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende zo tot een tweede
keuken, als tot berging van goederen.
Diemen werd in 1595 met Ouderkerk gecombineerd, en had met hetzelve
één’ Predikant; in 1607 werd Daniel Plancius, als eerste en bijzondere
Predikant voor Diemen, bevestigd.
De Roomsche Kerk, die, in den jaare 1786, van Overdiemen naar de
Diemerbrug verplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker
zelden op het platte land gevonden wordt, daar bij staat een huis voor
den Pastoor, met een groote tuin, alles aan de fraaiheid der Kerk
beantwoordende: deeze Kerk is aan St. Pieters banden toegewijd.
Het Schoolhuis van deeze ban, staat te Diemen, en is, even als de Kerk,
een zeer oud gebouw.
De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis van Amsteldam,
wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer
geapprobeerd.
Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den
Predikant eenige Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht
maakt als dan alleen een drietal, en geeft hetzelve den Ambachtsheer
over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.
Men vindt aan de Diemerbrug nog een Schoolmaitres, die de kinderen
slechts spelden en leezen leert.
In Overdiemen was weleer een school, waarna de plaats Schoolpolder
genoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.
Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden: de ongelukkige
voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de
opgezetenen besteed.