GROOTTE,

En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen,

wat de Ambachts-heerlijkheid in zig bevat.

Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijk

Diemen en Diemerdam, (ook wel Diemendam genaamd,) liggende het eerste

ten westen de Diemer- of Watergraafsche meir en de ban van Amstelveen,

en het andere ten oosten de ban van Muiden, en worden gescheiden door

het water den Diem: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden,

de Heeren Staaten van Holland en West-Friesland, sedert onheugelijke

tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte van Diemen, maar van

Diemen en Diemerdam.

Diemen wordt wederom in drie deelen gedeeld, als Outersdorp,

Buitenkerk, en Bovenkerk, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden

wordt door Bovenrijkersloot en Benedenrijkersloot. Diemerdam werd

oudtijds gedeeld in Diemerdam en Overdiemen, doch na dat Diemerdam op

een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men door Overdiemen,

Diemerdam mede, als ook de buurt de Vierhuijzen, die voormaals aan

Overdiemen, vóór het graaven der vaart naar Muiden, gehecht was: op

deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,

Outersdorp, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt, waarin

verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen

liggen; bij dezelven is een kerkhof voor de Hoogduitsche Joodsche

Natie, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een

herberg, Zeeburg genaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar

de beesten voor rekening van het Oude Zijds Huiszittenhuis te Amsteldam

worden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe

gesteld geschouwen: Jaap Hannes, daaraan grenzende, is thans een

gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan een zeer groote

buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed

bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, het Nieuwe Diep, zijn

oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.

Buitenkerk, of, zo als sommigen willen, Buiten de Kerk, is mede een

zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele

buitenplaatzen, boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en

moes-land wordt gevonden: buitendijks ligt nog een weiland, groot 61

morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water staat, en daardoor

gemest wordt.

Bovenkerk of Bovendekerk, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in

dezelve verre de meeste huizen, plaatsen, en het beste land wordt

gevonden; als mede om dat er de buurt Diemerbrug onder behoort: deeze

buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar de vaart

naar Muiden en Weesp werd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als

passage van rijtuigen en schepen, zeer vermaaklijk.

Diemerdam was oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte,

en ’t is beweezen, (hoe zeer Wagenaar in zijne beschrijving van

Amsteldam daaraan twijfele,) dat Diemerdam zo nabij aan Waterland was

gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere

dorp konde komen; de Pastoor, die in Overdiemen de Capel bediende, was

tevens Pastoor te Durkerdam; indien nu het water zo groot hadde geweest

als thans, zou het voor dien man ondoenlijk geweest zijn om op beide

plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen: tot

den jaare 1787 was er in Overdiemen nog een vers voorhanden, gedrukt op

wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd, waarin de

nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaaren Diemen en Durkerdam

bediend had, eenige eer werd aangedaan.

Diemerdam had niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve

stond nog Capelleland genoemd wordt, maar was met verscheide huizen en

boerderijen voorzien, welke alle door de watervloeden zijn verzwolgen:

men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens land bij de

Diemerdammersluis lagen.

Van geheel Diemerdam is nog slechts één huis overig, dat op den dijk

staat, en het huis Diemerdam genaamd wordt.

Overdiemen, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke

menschen woonden, diverse fabrieken, scheepstimmerwerven, als anderzins

waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien sommigen dat

quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken

der Diemermeir, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat de Roomsche

Kerk, die te Overdiemen in ’t midden van de buurt stond, naar

Diemerbrug is verplaats geworden.

De buurt Vierhuizen, alzo genaamd naar zekeren Vierhuizen, is dat

gedeelte van Overdiemen, het welk door het graven der vaart naar Muiden

en Naarden daarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden,

schoone boerenplaatzen en landerijen; onder dezelve munt uit de van

ouds bekende plaats van den Heere Kanter, Vinken-Hofstede genaamd.

Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.

Oetwaaler polder, hierin ligt Diemen met Morg. 65 —

Diemer polder — 334 — 71 R.

De Bovenrijkerslooter polder — 334 —

Diemerdammer polder — 29 — 350 R.

School en Hopmans-polder — 195 — 500 R.

De Gemeenschaps polder, voor zo veel

onder Diemen behoort — 304.6 hond. 75 R.

Buitendijksche polder — 61.6 hond. 70 R.

Morg. 1324.6 hond. 66 R.

In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men

slechts voor Diemen en Diemermeir 91 huizen; honderd jaren laater,

(1732.) werden 113 huizen voor Diemen en Diemerdam op de

verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werd Diemen op 147 huisgezinnen

en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 121 / 455 题