Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een
riviertjen, de Diem genaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken der
Diemer- of Watergraafsche-meir, gedeeltelijk uit dezelve, door de
Rijkersloot, nu de Weespervaart, de Bijlemermeir en Gaasp, zijn
oorsprong nam, en door de Diemerdammersluis in het Y loosde; anderen
echter, die het Ambacht niet Diemen, maar, volgends de oudste papieren,
Deemen willen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woorden De
Mens, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door
overstroomingen en doorbraaken van één gerukt, en door de Diem in twee
deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”,
voegt onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met
zekerheid kunnen gissen”.
Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden,
derhalven staat ons alleenlijk te spreeken van de