NAAMSOORSPRONG.

Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een

riviertjen, de Diem genaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken der

Diemer- of Watergraafsche-meir, gedeeltelijk uit dezelve, door de

Rijkersloot, nu de Weespervaart, de Bijlemermeir en Gaasp, zijn

oorsprong nam, en door de Diemerdammersluis in het Y loosde; anderen

echter, die het Ambacht niet Diemen, maar, volgends de oudste papieren,

Deemen willen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woorden De

Mens, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door

overstroomingen en doorbraaken van één gerukt, en door de Diem in twee

deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”,

voegt onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met

zekerheid kunnen gissen”.

Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden,

derhalven staat ons alleenlijk te spreeken van de

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 120 / 455 题