VOORRECHTEN.

Deeze Ambachtsheerlijkheid is, in voorige eeuwen, door de Graaven met

verscheidene voorrechten beschonken; van daar heeft het nog een vrij

halsgerecht; ook mag, volgends privilegie van Graaf Albrecht, in geheel

Amstelland, geen beroep van vonnisse gedaan worden—zij die eenig

denkbeeld van het district, waarvan wij hier spreeken, kunnen maaken,

zullen zig in gevolge van het eerstgemelde der bovengenoemde

voorrechten, niet meer verwonderen dat er te Amstelveen zo dikwijls

halsrecht gedaan wordt.

Amstelveen heeft ook het recht om die van Amsteldam, nalaatig bevonden

wordende in het onderhouden van de sluizen „op ten Middeldam, en op St.

Anthonies-poorte,” te beslaan in de boete van zes goudguldens

dagelijks, tot duizend goudguldens toe, doch niet hooger.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 88 / 455 题