Wat de stichting betreft, daarvan kan, gelijk van veele andere dorpen,
enz. niets gezegd worden; zeer waarschijnelijk zijn dezelven hunnen
oorsprong verschuldigd aan ’t verblijf van eenige lieden, visschers,
landbouwers, of baggerders, welken hunne nooddruft uit de
grondsgelegenheid aldaar vonden, en bij wie misschien, door hunnen
welvaart van tijd tot tijd uitgelokt, zig veele anderen gevoegd, en zo
een buurt gemaakt hebben, welke, na verloop van tijd, in een dorp
veranderd kan geworden weezen.
Wat de grootte van Amstelveen betreft, het geheele Ambacht wordt in de
oude verpondings lijsten gesteld op 2670 morgen en 766 roeden; in
andere opgaven vindt men er 4076 morgen voor, welk verschil ontstaan
kan door eene andere bepaaling van het district, of liever van den
grond die onder de opgave betrokken is; thans wordt het wel 6000 morgen
groot geschat: in oude lijsten staan voor Amstelveen 251 huizen
aangetekend; in nieuwere 1167 huizen en één molen; welk verschil weder
op de gemelde wijze kan ontstaan zijn, althans de laatste opgaave,
bepaalt zig niet binnen den omtrek van het eigenlijke dorp zelf, maar
gaat ook over de buurten welken daaronder behooren, liggende aan den
Amstel, den Veendijk, de zogenaamde Zwaluwenbuurt, en de Nes, ook de
geheele Amstelveensche weg, aan de hand van Leiden, enz.
Ten noorden paalt het rechtsgebied van Amstelveen onmiddelijk aan dat
van Amsteldam, waarvan de Heer Wellekens, in zijne Visschers en
Jagersgezangen, dus zingt:
Juist daar de Mijlpaal staat, uit blaauw arduin gehouwen,
Die ’t land en halsrecht scheidt, de beken en Landsdouwen,
Van ’t prachtig Amsteldam, en ’t nedrig Amstelveen,
Gelijk van stam en naam, maar nu met lotgemeen.
’T WAPEN.
Dit is een rood Schild, met twee zwarte dwarsbalken doorsneden; op den
bovensten balk drie, en op den ondersten één witte kruisen.