HET DORP AMSTELVEEN.

AMSTELVEEN, zo wel gelegen,

Mild bedeeld met Godes zegen,

Leed om Gysbrechts overmoed,

Leed door Spanjes dwingelanden,

Onlangs viel ’t in Pruisens handen,

Laatstlijk heeft er ’t vuur gewoed. (1792.)

Zo ons werk niet van dien aart ware, dat wij geene keuze konden doen in

de veele plaatsen welken in ons Vaderland voorhanden zijn, (want ons

plan vordert dat wij die allen, van hoe grooten aanzien, of hoe gering

ook moeten beschrijven;) zo wij deeze of geene plaats ten voorwerpe van

onze beschrijving konden verkiezen, ongetwijfeld zouden wij het dorp

Amstelveen de eer van den voorrang geeven; want in veelerleie opzichten

verdient het de aandacht van elk Nederlander: niet alleenlijk is het

aangenaam en wèl gelegen; maar ook is het op verscheidene andere wijzen

aanmerkenswaardig: het is reeds een voorwerp van de gunst der Graaven

geweest, en tevens een voorwerp der blinde woede ten tijde dat Spanje

bloedmiddelen aanwendde, om de vrije harten en halzen van de

wereldberoemde Batavieren door en onder zijn juk te knellen; en wat het

in onze laatstvoorledene beroeringen, door het verschillen over de

denkbeelden van recht, gerechtigheid en vrijheid, heeft moeten lijden,

is nog in verscher geheugenis; ’t heeft ondervonden dat de

Nederlanders, spijt alle verbastering nog niet geheel van hunne

voorvaderlijke deugd ontaart zijn.... dan, daar van zullen op de

volgende en meer andere bladzijden van dit ons werk overtuigende

bewijzen genoeg gevonden worden, om er hier van te kunnen zwijgen; wij

twijfelen niet of men zal onze beschrijving van dit dorp met genoegen

leezen.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 82 / 455 题