BIJZONDERHEDEN.

De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook

niet de Pruissche kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als

die in den muur van het rechthuis: (zie Bladz. 5.) in de oude pastorij

is mede zulk een kogel te zien.

Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling

verrukkelijk is, en dat het Ouderkerker hemeltjen genoemd wordt.

De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad

over Amstelveen spraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.

De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op,

alwaar wij hem verhaalden dat de Patriotsche batterijen gelegen hebben,

en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal hij,

dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek van Ouderkerk kunnen

doorbrengen.

Hij vergeete ook niet het Portugeesche Jooden Kerkhof, hier voor Bladz.

5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en strekt

met drie morgen lands, langs het water de Bullewijk; onder de zarken

vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en met

Hebreeuwsche opschriften versierd zijn: de sijnagoge houd hier een’

doodgraaver, of oppasser die er een vrije woning heeft.

Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren van Amstel,

Reigersbroek, of Reigersbosch geheeten: in den zoen deezer Heeren met

Graaf Floris, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren

gewoon hier eenen Amptenaar aantestellen, met den tijtel van Meester en

Bewaarder van den Reigerbossche: sommigen meenen dat deeze plaats door

den grouwzaamen Elisabeths vloed van den jaare 1421, mede is vernield

geworden.

In het dichtstukjen De Amstelstroom, leest men desaangaande het

volgende couplet; Ouderkerk toegezongen.

Toen pronkte nog uw Reigershof,

Voorheen om uwen luister te achten,

Daar Hollands Graaven, met veel lof

En roem, zig te verlusten plagten,

In veel doorluchtig tijdverdrijf,

Van snelle jagten, schutterijen,

Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,

Behaalde een reeks van lekkernijen;

Daar elk om prijs den reiger schoot,

En ridderlijk de lansie boodt.

Eene wandeling naar Amstelveen, is mede niet onvermaaklijk.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 63 / 455 题