VOORRECHTEN.

Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden;

eene van dezelven ligt over den Amstel, naamlijk aan de noordzijde bij

het Rechthuis, en de andere over het water de Bullewijk genaamd, aan de

zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de

doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en

rijtuigen, tol betaalen, zijnde het zelve een inkomen voor de stad als

bezitster van de Ambachtsheerlijkheid: in den jaare 1745, werd het

bruggeld verpacht voor ƒ 3000 guldens; Amsteldam is natuurlijker wijze

ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet alleen,

maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 60 / 455 题