Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het
civile uit Schout, zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters
hebben, met Schout en Schepenen, ’t bewind over de gemeene zaaken van
’t ambacht.
De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des
kunnen wij ter deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stad
Amsteldam deeze Ambachtsheerlijkheid in den jaare 1731 aangekocht heeft
voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer is gemeenlijk een der
Burgemeesteren van Amsteldam, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr.
Nicolaas Faas; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig
zelven, maar alle zaaken, raakende het ambacht, worden hem aangediend,
en door het collegie van Burgemeesteren afgedaan, gelijk zulks ook
omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende, plaats heeft:
weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring
van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare
1715, door de oudste geslachten van Holland bekleed.