’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,
Gedacht; werd wel als schoon geprezen;
Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,
Zal de eernaam voortaan DAPPER weezen:
Werd eertyds van dit dorp gemeld,
Nu wordt er WONDER van verteld.
Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van
welken men kan zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn: Ouderkerk
ligt in Amstelland, anderhalf uur van Amsteldam, ten oosten van den
breeden rivier de Amstel, welke de tuinen of erven der huizen van
achteren bespoelt: de environs van het dorp zijn zeer grasrijk en
vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs moeten
weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk
boschachtiger, want tusschen dit dorp en Abcoude, zijn meermaals,
eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe
winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner
bosschen beroofd heeft—de grond is in geheel den omtrek van Ouderkerk
veenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejende Willink
hetzelve, ’t luchtig dorp
Daar de Amstelstroom, al even prat,
Gevoerd op een kristallen wagen,
Zo glorierijk door heenen snelt,
En doet de zilvren baartjens vloejen
Om met een zacht en deun geweld,
Zijn groene boorden te besproejen;
Zijn boorden door geen mensch gewraakt....