De acht dames die de uitnoodiging voor een lunch onderteekend hadden,
waren aangegroeid tot achttien, waaronder Mme Osaki, de vrouw van
den vorigen burgemeester van Tokyo. Wij hadden gehoopt dat men ons
een huiselijk Japansch diner zou aanbieden, doch in plaats daarvan
werden wij Donderdagmiddag om half één zeer officieel en Europeesch
door de Japansche dames in het Imperial hotel ontvangen en had ook
daar een half uur later de lunch plaats. Behalve madame Osaki,
die in een prachtig zwart-kanten costuum verscheen, waren alle
andere dames in Japansche kleedij. De houten klompjes van deze dames
waren alleen van wat fijner hout en velen met paarlemoer ingelegd,
de kimono's waren van prachtige zware zijde en zeer stemmig van
kleur, alleen de prachtige parelen en diamanten gaven uiterlijk
eenig vertoon van rijkdom. Een der dames, madame Ishi, was 25 jaar
geleden als jong meisje drie jaar in Holland geweest. Haar meisjesnaam
is Watanabe. Haar vader, baron Watanabe, was een groot vriend van
Holland en de Hollanders, hij sprak onze taal met groot gemak en was
een bewonderaar van de Hollandsche literatuur. Hij wilde dat zijn
eenige dochter goed Hollandsch zou leeren en daarom had hij haar naar
haar oom gezonden, die toen gezant in Den Haag was. Maar madame Ishi
heeft haar Hollandsch geheel vergeten en kon zelfs geen enkel woord
meer verstaan. Alle aanwezige dames namen op de een of andere wijze
aan de vrouwenbeweging deel, die hier in Japan voornamelijk daarin
bestaat, dat zij het onderwijs der vrouwen tracht te bevorderen en
den maatschappelijken werkkring der vrouwen uit te breiden. Daarnaast
hebben zij allerlei patriottische en philantropische vereenigingen.
Na de zeer goede lunch, die echter in geenen deele een Japansch
karakter droeg, kreeg Mrs. Catt gelegenheid om het doel van den
Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht uiteen te zetten. Zij deed dat in
zeer korte trekken, legde voornamelijk het gewicht van haar speech
op het aanstaande congres in Budapest, waar vele Aziatische vrouwen
vertegenwoordigd zullen zijn en waar wij bij bijna alle volkeren,
die wij in het afgeloopen jaar bezocht hebben, van eenige vrouwen
toezegging ontvingen, om in elk geval een volledig rapport van den
maatschappelijken en wettelijken toestand der vrouw in haar land te
zullen zenden. Japan, het leidende land in Azië, moest natuurlijk op
dat congres ook vertegenwoordigd zijn en zeer zeker mocht een rapport
van dat land niet ontbreken. Met een paar woorden wees zij even op
het feit dat China niet alleen vertegenwoordigd zal zijn, maar dat
de Chineesche vrouwen nationaal georganiseerd voor vrouwenkiesrecht
strijden en aansluiting aan den Wereldbond aangevraagd hebben. Dit
is voor Japan de grootste prikkel om ook aan het werk te gaan. Bij
China achterstaan, dat kan dit fiere Japansche volk niet verdragen. Een
rapport werd verzekerd en eenige dames beloofden, als niet onvoorziene
omstandigheden het onmogelijk maken, zelf in Budapest te komen om
het rapport voor te lezen of aan te bieden.
Daarna werden wij in den kring onzer gastvrouwen door twee
weekblad-reporters gephotographeerd en toen werden wij onthaald op
muzikale voordrachten. Ik weet niet wat meer te bewonderen was, den
eenvoud en de gratie van de artisten, dan wel het sublieme werk dat
zij leverden. Wij kregen een piano-solo van Schumann en van Chopin,
liederen van Weber, Franz, Rubinstein en Mattei en een viool-solo
van Max Bruch te hooren, zoo volmaakt in uitvoering en voordracht,
dat daaruit gerust de conclusie getrokken mag worden dat de Japanners
in muzikaal opzicht zeer zeker de eersten onder de Aziatische en
in geenen deele de laatsten onder de Westersche volken gerekend
moeten worden. Hebben de Japanners tot heden nog geen wereldberoemde
muzikale artisten geleverd, 't geen wij Donderdagmiddag te hooren
kregen doet voor de toekomst veel verwachten. Het was zoo aardig die
kleine handjes van de pianiste over de pianotoetsen te zien glijden en
de kleine violiste haar klein viooltje te zien hanteeren; alleen de
zangeres was een klein beetje grooter dan een gemiddelde Japansche,
doch zij ontwikkelde een stemgeluid die een veel forscher gestalte
zou doen vermoeden.
Om 5 uur spoedden wij ons naar Yokohama terug, omdat mrs. Catt beloofd
had, daar dien avond in een literaire en muzikale club van uitlanders
over de wereldbeweging voor vrouwenkiesrecht te zullen spreken. Toen
wij daar 's avonds om 9 uur in de Van Schaick-Hall binnenkwamen, was de
zaal geheel gevuld met Amerikanen, Engelschen, Duitschers, Franschen,
Hollanders en misschien nog andere nationaliteiten, die mrs. Catt een
warm welkom boden. Door den president der club, predikant Dearing,
werd zij bij het publiek ingeleid met een speech, die het gevolg had,
dat mrs. Catt onmiddellijk vuur vatte en dien avond sprak, zooals zij
in haar beste momenten alleen kan spreken. De heer Dearing toch deed
mrs. Catt alle eer aan, maar gaf, zonder het te willen, blijk, dat
hij van de geheele vrouwenkiesrechtbeweging niets begrijpt en nooit de
moeite genomen heeft zich er in te verdiepen. Noch van de beteekenis,
noch van den omvang, noch van den voortgang, van deze beweging had
hij eenig begrip en dat toonde hij glashelder in zijn korte inleiding
aan. Bovendien las hij zijne vijf-minuten-speech van een papier, en
toen direct daarna mrs. Catt opstond en met haar heerlijk geluid de
prachtig gevormde zinnen, zoo logisch gedacht en zoo samenhangend,
van haar lippen deed rollen, moest zij onwillekeurig bij elkeen de
overtuiging vestigen, dat het bespottelijk is, dat zulken vrouwen elke
invloed op de regeering wordt onthouden, terwijl den mannen, uit het
feit alleen, dat zij man zijn, die invloed in alle constitutioneele
landen is gegeven. Mrs. Catt gaf dien avond het geheele gezelschap
herhaaldelijk gelegenheid om te schaterlachen over de dwaze positie,
waarin de hedendaagsche vrouw door de veranderde sociale toestanden
is komen te staan en waaruit zij nooit zal kunnen komen, zoolang de
regeering uitsluitend in handen van mannen blijft. Glashelder toonde
zij aan, dat onze strijd niet gaat tegen mannen, doch dat wij te
strijden hebben tegen vooroordeel, bekrompenheid, zelfvoldaanheid en
dergelijke hoedanigheden bij mannen en vrouwen beiden.
Met een enkel woord wil ik hier nog iets over het Japansche tooneel
zeggen. Het naïeve ouderwetsche tooneel, waarbij de acteurs met
een gemaakt hoog geluid spreken, alsof zij menschen uit een onder-
of bovenwereld zijn en waarop alleen middeleeuwsche toestanden
aanschouwelijk worden gemaakt, staat op het punt te verdwijnen en
voor de in Azië overal veelvuldig verrijzende cinematografen plaats
te maken. Hier en daar is nog zoo'n theater te bewonderen. De stukken
duren meestal den geheelen dag, doch een gewoon mensch heeft er genoeg
van als hij er een uur naar heeft gezien en geluisterd. Begrijpen doet
men er niet veel van, maar het oog wordt onophoudelijk geboeid door de
schilderachtige tooneeltjes; de kleeding, de houding, de grimeering der
acteurs--ook de vrouwenrollen worden door mannen vervuld--alles doet
aan de ouderwetsche Japansche plaatjes denken. Elk tooneeltje is een
schilderij. Maar naïef is alles in groote mate. Tooneelveranderingen,
costuumverwisseling, alles geschiedt bij open doek; de man of mannen,
die daarbij dienst doen, verschijnen in een zwart gewaad en met een
zwarten sluier voor, wat beteekent, dat men ze eigenlijk niet zien
moet, dat zij eigenlijk niet bestaan. Geesten komen natuurlijk ook
ten tooneele, die houden zeer huiselijke praatjes en verdwijnen of
worden verondersteld, dat zij verdwenen zijn, als een zwart doek
hun gestalte bedekt. Het is voor de vele vreemdelingen, die Japan
tegenwoordig overstroomen, jammer, dat dit stukje ouderwetsch Japansch
leven op het punt staat van de aarde te verdwijnen. In Tokyo, de drukke
havensteden en in Kyoto worden thans stukken van Bernard Shaw, Ibsen,
Sudermann, Shakespeare, Molière in het Japansch vertaald opgevoerd,
waarbij de censuur brutaalweg die momenten schrapt, die gevaarlijk
voor de Japansche jeugd worden geacht. Dat zijn niet de scrabeuse
punten, als men die bij zulke schrijvers meent te moeten zoeken,
maar dat zijn de gedeelten, waarin de oudervereering niet haar deel
krijgt, of waarin de vrouw niet genoeg op haar plicht, zich alles
te laten welgevallen, gewezen wordt, of waarin de man niet als het
superieure wezen verschijnt. In deze moderne stukken spelen nu ook
vrouwen mede en het zijn de meisjes uit de gegoede kringen, die zich
aan het tooneel, het nieuwe, willen wijden. Eenige zeer goede actrices
zijn reeds gevormd.
Daar ik vóór mijn vertrek uit Japan Kyoto nog wilde zien, verliet
ik mrs. Catt Vrijdagmorgen, om naar deze stad te gaan. Zij gaat
Zaterdagmorgen en voor dien laatsten dag liet ik haar bij hare
Amerikaansche kennissen achter. In Kyoto aangekomen nam ik onmiddellijk
een gids, die mij voor de paar dagen die ik er verblijven moet zal
vergezellen en overal rondgeleiden. Natuurlijk bracht hij mij het
eerst naar een tempel, den oudsten tempel in Japan, 'n tempel vol
van historische bijzonderheden; maar ik heb in de laatste maanden
zoovele tempels gezien, die uit den aard der zaak alle in hoofdzaak
overeenstemmen, dat ik mijn gids in zachte woorden te verstaan gaf,
dat hij mij Kyoto met alle Japansche bijzonderheden moest laten zien,
maar dat ik van tempels nu genoeg had.
Kyoto is van alle Japansche steden in menig opzicht de interessantste,
want zij is geheel en al Japansch, vreemde invloeden hebben er nog niet
veel verandering gebracht. Van 749 tot 1867 was Kyoto de hoofdstad
van Japan en de residentie van den Mikado. Het hof is nu naar Tokyo
overgebracht, maar Kyoto blijft toch de grootste aantrekking voor de
vele vreemdelingen die Japan willen zien en het Japansche volk willen
leeren kennen. De stad ligt bovendien in de mooist denkbare omgeving,
zoodat de mooiste uitstapjes van hieruit gemaakt kunnen worden. Kunst
en industrie, Japansche kunst en industrie wel te verstaan, hebben
hier hun hoogtepunt bereikt en de zijde-, porselein-, brons- en
ivoorwinkels stallen een pracht uit, die alleen een bezoek aan deze
stad zouden rechtvaardigen. Het paleis en het kasteel, waar vroeger de
keizer en de Shogun woonden, zijn nu voor het publiek te bezichtigen
en zijn ter wille van de zeldzame schilderijen een bezoek waard.
Toen mijn gids wist wat mij eigenlijk het meest interesseerde bracht
hij mij eerst naar een chrysanthemum-tuin, een publieke gelegenheid,
waar de mooie najaarsbloemen in volle pracht aanwezig waren. Maar
toch was ik daar zeer teleurgesteld, want onder al die vele bloemen,
in groote verscheidenheid, was er niet een zoo mooi als ik ze in
Holland dikwijls gezien heb. Daarbij kwam, dat men heel smakeloos,
van elke plant een of ander figuur had gemaakt, door de bloemen
onzichtbaar langs ijzerdraad te geleiden. Er waren scheepjes, violen,
tempelpoorten, waaiers, parapluies, etc., het kwam mij voor dat de
bloem door die gedwongen houding niet tot wasdom heeft kunnen komen.
Een korten tijd vertoefden wij in een wassenbeelden-vertooning, alwaar
zeer plastische scènes uit de Japansche geschiedenis, of liever de
Japansche mythologie, waren in beeld gebracht. Hoewel ik nog slechts
kort geleden die geschiedenis las, was deze opfrissching van mijne
memorie mij toch zeer welkom. Dat naïeve geloof der Japanners dat hun
Mikado regelrecht van God, hun God, afstamt, geeft hun politiek leven
een bijzondere kleur. Als men ziet hoe tal van eenvoudige landslieden
dagelijks pelgrimstochten maken naar de begraafplaats van den pas
overleden keizer, daar offers brengen en uren lang liggen te bidden,
dan begrijpt men pas van welke beteekenis het is het eenvoudige volk
in het geloof te brengen, dat God de oervader van de keizers der
Japanners is. Hun geschiedenis, die vol is van onderlinge oorlogen,
oorlogen zoo wreed en zoo bloedig dat men verbaasd is dat er nog
Japanners zijn overgebleven, vertelt brutaalweg dat Japan in oorlog
met andere volken steeds de overwinnaar is gebleven, wat natuurlijk een
gevolg is van de hooge bescherming waaronder het land staat. Zelfs in
oorlogen waarbij zij het onderspit hebben moeten delven, weten zij de
geschiedenis toch zoo te verdraaien dat het eigenlijk voor hun eene
overwinning is geweest. Tegenwoordig gelooven zij, dat Japan niet
alleen het leidende land der Aziatische volken is, maar dat weldra
ook Europa en Amerika bij Japan ter school zullen gaan. Alleen enkele
pessimistische Japanners waarschuwen hunne landgenooten openlijk in
de dagbladen om geen verkeerde stappen te doen, omdat zij vreezen
dat Japan thans zijn hoogtepunt heeft bereikt en een stilstand of
achteruitgang in ontwikkeling wel eens spoedig zou kunnen intreden.
Wij gingen daarna de Nyokoba, een gouvernementschool voor Geisha's
bezoeken. Dit is zeker wel het toppunt van brutaliteit. Een
regeeringsinrichting voor dansmeisjes en Geisha's! In geen land ter
wereld treedt de prostitutie zoo schaamteloos op, wordt zij door de
regeering zoo in de hand gewerkt en wordt zij zoo royaalweg beschouwd
als een sociale instelling als in Japan. Maar laat mij er onmiddellijk
aan toevoegen dat ook nergens de prostitutie zoo aantrekkelijk
wordt gemaakt en dat het voor oppervlakkige toeschouwers lijkt,
alsof zij al het walgelijke heeft afgelegd. In deze Nyokoba waren 570
leerlingen, meisjes van 8-15 jaar, die uit alle deelen van het land
kwamen en die daar opgeleid worden, om, na een schooltijd van 3-5
jaar, aan den meestbiedenden bordeelhouder verkocht te worden. De
ouders dezer kinderen hebben een maandelijks schoolgeld van 8 yen
te betalen, waarvoor hun dochtertje dan kost, inwoning en onderricht
ontvangt. Dat schoolgeld wordt echter gaarne betaald, want na eenige
jaren daar geweest te zijn, brengt zoo'n kind van één tot twee duizend
yen op. Voor dat geld moet zij dan drie jaar dienst doen en heeft zij
gedurende die jaren niet het geluk, om, tengevolge van hetgeen van
haar gevergd wordt, ziek te worden en in een hospitaal te sterven, dan
heeft haar vader het recht, haar daarna opnieuw te verkoopen. Eenige
jaren geleden hebben wij in het Maandblad voor Vrouwenkiesrecht
een brief gepubliceerd, die door een groep van zulke meisjes tot
eenige Amerikaansche vrouwen gericht was, met 'n noodkreet om haar
te hulp te komen en de Japansche meisjes te redden uit een leven van
diepste ellende, waarin zij vaak gestooten worden doordat de vader een
opiumschuiver of speler is en dan zijn schulden betaalt met het geld,
dat hij voor zijn dochter kan maken. Onwillekeurig kwam die brief
mij voor den geest, toen ik deze Geisha-school, zooals de volksterm
luidt, bezocht en die honderden jonge slachtoffers daar zag zich
voorbereiden voor haar ongeluk. Het kwam mij voor, dat een sombere
trek in al die lieve gezichtjes aanwezig was. Het is mogelijk, dat
Japan's moraliteit niet lager staat dan die van alle andere naties, dat
de immoraliteit hier alleen openlijker optreedt, doch alvorens Japan
onder de beschaafde volkeren kan gerekend worden, zal zijn opvatting
der prostitutie toch zeker een totale wijziging moeten ondergaan. Op
die school wordt voor de kleintjes ook elementair onderricht gegeven in
rekenen, schrijven, lezen etc., doch het onderwijs is er voornamelijk
op ingericht om de verschillende kunsten te leeren, die een Geisha
aantrekkelijk maken. Muziek, zang en dans, zich kappen en grimeeren,
zijn de hoofdfactoren bij het onderwijs. De meeste onderwijzeressen
zijn oude vrouwen, vroegere Geisha's, alleen voor zeer enkele
vakken zijn mannen voor het onderricht aangesteld. Wij woonden er
een muziek- en dansles bij. Bij deze laatste zagen wij een stuk van
den beroemden Nö-dans instudeeren. Deze dans werd vroeger alleen op
zeer bijzondere dagen aan het hof en voor de keizerlijke omgeving
uitgevoerd, doch tegenwoordig wordt zij ook op het tooneel voor een
betalend publiek gegeven, waarvoor dan altijd de Japanners uit alle
deelen van het land overkomen. Er zijn nu reeds drie avonden in de
Maand November voor Nö-dansen aangekondigd en de gids verzekerde mij,
dat, wilde men op een dier avonden zeker zijn van een plaats in het
theater, de kaarten dan nu reeds genomen moesten worden. Enkele van
de leerlingen der Nyokoba, die bijzonder uitmunten in het dansen,
worden ook wel aan theaterdirecteuren verkocht, maar dan is haar
leven niet zooveel beter, want maar al te dikwijls moeten zij ook
voor den directeur door dansen en op andere wijze het geld weder
opbrengen, wat hij voor haar betaalde. Het spreekt van zelf, dat,
in een land als hier, de prostitutie een gepatenteerd beroep is en
de Staat van iedere Geisha een zekere belasting trekt, die hooger is,
naarmate ook het meisje meer opbrengt voor den eigenaar.
Wij zijn gewend al die meisjes Geisha's te noemen; de Japanner
maakt echter een groot verschil tusschen een Geisha en een gewone
prostituee. Geisha's zijn de meisjes, die in de clubhuizen een
bepaalde club heeren dienen, of in de theehuizen dienst doen, terwijl
de prostituee 's avonds achter hare tralies te pronk zit en elken
binnenkomende moet dienen. Elke min of meer groote stad in Japan
heeft een heele buurt, waarin deze huizen gevestigd zijn en waarbinnen
alleen deze vrouwen zich vrij mogen bewegen. In andere straten mogen
zij niet komen.
Morgenochtend ga ik Japan verlaten; ik heb er dan juist genoeg van
gezien om den wensch levendig te houden, er nog eens terug te mogen
komen. Want bij al het artistiek mooie wat het land te bewonderen
geeft, heeft het ook een heerlijk klimaat, waarin men zich frisch
en opgewekt gevoelt, en bezit het bijna overal goede hotels, met
matige prijzen, waarin de bezoeker niet geëxploiteerd wordt. Laat
mij er nog aan toevoegen, dat in geen land in de heele wereld de
spoorwegmaatschappijen zoo goed zorgen voor de passagiers als in
Japan. Aan elk station zijn steeds tal van spoorweg-aangestelden
aanwezig, die uitstekend voor de bagage der reizigers zorgen en
waarvoor men niet verplicht is te betalen. Een fooitje van 'n dubbeltje
voor 5 à 6 stuks bagage, maakt deze mannen uiterst dankbaar en men
kan zeker zijn, dat alles terecht komt, waar men het besteld heeft.