III.

Ik wil dezen brief beginnen met een praatje over de kleeding der

Japanners; dat is hier wel de moeite van eene korte beschrijving

waard. Beginnen ook in de hoogere standen de heeren--en ook enkele

dames--zich Europeesch te kleeden, verreweg het grootste aantal

der bevolking draagt nog de typische Japansche kleeding. Die is

voor de vrouwen schilderachtig mooi, maar onpractischer kan ik mij

haast niets voorstellen. Zij is goed geschikt voor nietsdoende,

thuiszittende dames, maar de vrouwen nemen hier aan heel veel arbeid

deel en daarbij hindert hare kleeding op allerlei wijze. De mooie,

lange kimono, met hare ellenlange mouwen, die door 'n breeden band

om het middel vastgebonden wordt, hindert in elke armbeweging en

maakt een geregeld loopen onmogelijk. Schuifelend, met binnenwaarts

gekeerde voeten, moeten de vrouwen zich voortbewegen, anders slaat de

kimono van onder open en laat dikwijls een paar ongegeneerde bloote

beenen zien. Als schoeisel dragen de dames op straat houten klompjes,

zoo eenvoudig als men zich maar voorstellen kan. Een vierkant plankje

met een lint, dat tusschen den grooten en tweeden teen door gaat,

en onder het plankje van voor en achter een paar klosjes, dat is

alles. Als het regent en de straten zijn vol modder, dan worden

klompjes gedragen, die minstens tien centimeter hoog zijn, zoodat

de modder hoog moet spatten, wil zij de voetjes der kleine Japansche

bevuilen. Allergrappigst trippelen ze op die hooge houtjes voort.

Hoeden worden door de dames niet gedragen; heur mooi zwart haar is

altijd smaakvol opgemaakt en met gekleurde spelden, een bloem of een

strik verfraaid. Alleen bij de vrouwen uit 't volk ziet men soms

hoofddoeken, die meestal van witte stof zijn, doch die met blauwe

en roode bloemen of figuren geborduurd, aan het mooie gezichtje een

frissche omlijsting geven.

De mannen dragen ook kimono's, die oogenschijnlijk gelijk zijn aan

die der vrouwen, doch op verre na niet zoo lang. Zij zijn meestal van

een effen en stemmige tint, maar de band om het middel is dikwijls

ook van een heldere kleur. Veel ziet men hier ook de divided skirt,

de rokbroek zegt men bij ons, door de mannen dragen. Deze is precies

zoo als zij een kwart eeuw geleden door sommige dames in Europa

en Amerika gedragen werd en later op de fiets nog wel eens dienst

deed. Of de vrouwen dit model uit Japan hebben overgenomen, of dat

de Japanners het van de Europeesche dames hebben afgezien, weet ik

niet met zekerheid te zeggen. Voor de laatste onderstelling pleit,

dat men deze dracht het meest bij schooljongens en bij het onderwijzend

deel der bevolking ziet. Het zou mij niet verwonderen, als het door de

Amerikaansche zendelingen hier op de scholen was ingevoerd. Deze zijn

het ook die begonnen de meisjes een eenvoudig rokje over de kimono te

laten dragen en deze laatste een eind te bekorten, zoodat de kinderen

vrij kunnen loopen. Deze rokjes zijn nu overal op de scholen ingevoerd,

en worden ook door de onderwijzeressen gedragen.

Nu ik toch over kleeding schrijf, wil ik er wat over Europeesche

kleeding aan toevoegen. Het wemelt in Yokohama van kleermakers,

voor heeren zoowel als voor dames. Niemand komt hier, die zich niet

in een paar dagen eenige pakken of japonnen laat maken. Of men ze

noodig heeft of niet, men bestelt hier. In 24 uur maakt men hier een

of ander zijden damescostuum, vol met de hand geborduurd garneersel

en betaalt daarvoor niet meer dan men thuis voor maakloon gewoon is

te geven. Geen Amerikaansche dame of heer gaat van hier, die niet

eerst zijn heele garderobe vernieuwt. Het zijn allen Chineezen, die

dit meesterwerk leveren. Het borduren geschiedt alleen door mannen,

die soms met vijf tegelijk aan één patroon werken. Ook deze borduurders

zijn meestal Chineezen, alhoewel er ook vele Japanners onder hen zijn,

doch de Chineezen leveren verreweg het knapste werk.

Nadat wij in Yokohama nog verschillende uitstapjes in de omgeving

gemaakt hadden, togen wij naar Tokio, de hoofdstad van Japan, waar

tegenwoordig ook de regeering zetelt en de keizer woont. Slechts een

half uur behoeft de trein, om de menschen van Yokohama naar Tokyo over

te brengen. En daar komt men dan in een geheel andere omgeving. In

eerstgenoemde stad wonen duizenden Europeanen van allerlei landaard en

zeer vele Chineezen, daar is het centrum van zakendoende menschen, de

handelsstand deelt er de lakens uit, terwijl in Tokio de staatslieden,

de regeeringspersonen leven, en de adelstand en de voorname Japanners

er de hoofdpersonen zijn. Het geheele aantal Europeanen, dat in Tokio

woont, is nog geen 150. Men verwacht hier dus een Japansche stad bij

uitnemendheid te vinden, maar daarin wordt men teleurgesteld. De

omgeving van het keizerlijke paleis, het paleis zelf mag men niet

bezichtigen, de verschillende groote regeeringsgebouwen, de groote

handelsbanken en kantoren, de groote winkels, de openbare bibliotheek,

het post- en telegraafkantoor, etc., ziet er alles echt Europeesch

uit of laat mij liever zeggen, zijn meestal trouwe nabootsingen van

hetgeen Amerika op dit gebied levert. Er is natuurlijk nog een groot

gedeelte oude stad, waar men het Japansche leven nog in ongerepten vorm

kan bewonderen, maar dat zal niet zoo heel lang meer zijn, want Japan

en de Japanners zijn haastig bezig zich te veramerikaniseeren en te

vereuropiseeren. De Engelsche taal wordt op alle scholen onderwezen en

voor de reeds opgegroeide jeugd zijn avondscholen, waar uitsluitend

Engelsch onderwezen wordt. In alle winkels, in treinen en trammen

spreken dan ook de bedienden en conducteurs min of meer goed Engelsch.

Er is op het oogenblik in Tokyo een koloniale tentoonstelling,

waar de producten, de menschen en alles wat de koloniën opleveren,

tentoongesteld worden. Dat is een zeer leerzame tentoonstelling, die

een goed beeld geeft van het leven en de ontwikkeling der bevolking

in de Japansche koloniën. Wij zagen er de Ainu's, die in Yezo leven,

het Noordelijkste punt van Japan, en die, volgens sommige schrijvers,

de oorspronkelijke bevolking van Japan uitmaakten. Het is nog een

zeer primitief volk. De mannen zijn breed en zwaar gebouwd, met

lange, zwarte of grijze baarden, en zeer klein van gestalte. Zij

gelijken precies op de kaboutermannetjes, die in steen zooveel in

onze tuinen voorkomen. De vrouwen zijn leelijk en hebben bijna allen

zware snorbaarden, waarvan de punten naar beneden hangen of over de

wangen naar boven gekeerd zijn. Korea wordt nu ook onder de Japansche

kolonies gerangschikt en was goed vertegenwoordigd. Wij brachten op

deze tentoonstelling een heelen middag zoek, omdat het ons zoo'n

goed beeld van den vooruitstrevenden geest der Japanners gaf. Den

geheelen middag waren tal van onderwijzers en onderwijzeressen met

geheele klassen kinderen in de verschillende afdeelingen aanwezig,

om den kinderen aanschouwelijk onderricht te geven in hetgeen Japan

op dit gebied vermag. Een der onderwijzers vertelde ons, dat voor

alle scholen in Japan vrij entrée op deze tentoonstellingen is. Ook

wij hadden slechts een minimum entrée te betalen.

Een anderen middag, toen wij met onzen gids tal van tempels en

dergelijke merkwaardigheden gezien hadden en wij moede waren, bracht

hij ons in het clubgebouw van voorname Japanners, de Mapleclub. De

heeren dezer club veroorloven den gidsen overdag vreemdelingen daar te

brengen om hun mooi gebouw te doen bewonderen en zich door de Geisha's

van thee te laten bedienen. Het was een typisch Japansch gebouw met

grooten tuin. Wij kregen slofjes over onze schoenen, doch de gids moest

zijne schoenen uittrekken, en zoo werden wij rondgeleid. Wij troffen

het, dat eenige Geisha's juist onderricht in muziek kregen en in een

andere kamer vijf anderen dansles hadden. Het muziekonderricht werd

door een man gegeven en kwam ons vrij primitief voor. Op onmogelijke

instrumenten werden leelijke geluiden voortgebracht en nog leelijker

gezongen. Maar de dansles was allervermakelijkst. Een oude vrouw

gaf het onderricht. Dit vrouwtje was gewis tusschen de 60 en 70

jaar, maar was nog zoo lenig, vertoonde in elke beweging nog zooveel

gratie, dat het hoogst interessant was, haar gade te slaan. Zij deed

elke beweging voor en gaf steeds, in voor ons onverstaanbare taal,

eene verklaring van de beteekenis der beweging. Een paar andere

meisjes gaven de maat aan, spelende op een guitaar, maar het oude

moedertje zong de melodie al dansende. Zij moet in hare goede jaren

eene betooverende Geisha geweest zijn, want nog vertoonde zij, bij

al hare gratie, mooie regelmatige gelaatstrekken. Er waren twintig

Geisha's in dit clubgebouw, waarvan er velen ware schoonheden zijn,

die den heerenclubleden op alle mogelijke wijze het leven moeten

veraangenamen. Wij zagen er zelfs twee kindertjes van tien jaren, die

nog geen vollen dienst doen, maar voor het vak worden opgeleid. Toen

wij alles gezien hadden, vlijden wij ons in een der vertrekken op

Japansche wijze op den grond neder en ontvingen elk een geurig kopje

groene thee met een paar rijstkoekjes, waarvoor dit huis bijzonder

gerenommeerd is.

Toen wij in het hotel teruggekeerd waren, vroegen eenige daar ook

vertoevende Amerikaansche dames ons, om ons met haar dien avond te

vereenigen om in een der gerenommeerde theehuizen een Geishadans te

laten organiseeren. Sommige theehuizen geven daartoe de gelegenheid en

laten daarvoor van 10 tot 30 Yen betalen, onverschillig hoe groot het

gezelschap is, dat komt zien en luisteren. Zoo'n voorstelling duurt

ongeveer anderhalf uur. Om 9 uur ging het heele gezelschap dames met

één gids in rickshaws (rikisha, zal ik in Japan moeten schrijven) naar

het aangegeven theehuis. Zoo'n lange rij rikishaas is in Japan bij

avond op zich zelf reeds een mooi gezicht, omdat elk voertuigje door

bont gekleurde lampions verlicht wordt. Aan het theehuis aangekomen,

werden wij door een bijdehante madam zeer hartelijk ontvangen. Zij

liet ons allen 'n paar bonte slofjes over onze schoenen aantrekken,

door lieve kinderen geholpen en daarna mochten wij den drempel

van haar heiligdom overschrijden. Nu werden wij naar boven geleid,

waar wij ons allen op den matten vloer neervlijden, met een klein

bankje voor rustpunt voor de armen en toen werd ons door de poppige

kindertjes de Japansche groene thee met Japansche rijstkoekjes

voorgediend. Ieder kreeg zijn eigen mooi-gelakt blaadje met klein

theepotje en kopje en koekjes voor zich en kon zich daarvan naar

believen bedienen. Onderwijl hadden de Geisha's zich voor den dans

gereed gemaakt en waren de muziekinstrumenten opgesteld. Het was

heel mooi en heel interessant, wat wij te zien en te hooren kregen,

maar mrs. Catt en ik vonden het zeer veel gelijken op de Javaansche

gamelang en de Javaansche danseressen, zooals wij het op Java gezien

hebben. In elk geval houden beide nauw verband met elkaar. Tusschen

de dansen van de Geisha's in, gaven de kinderen, leerling-Geisha's,

ons verschillende van hare dansen te zien. Dat was echt mooi door

den eenvoud en de gratie. Dit is echter volkomen gelijk aan wat in

Zwitserland, door Dalcroze, is ingevoerd en van daar nu ook in ons

land grooten opgang maakt. Het waren in beeld gebrachte fabeltjes of

kindervertellingen, die allerguitigst aanschouwelijk werden gemaakt.

De gids zelf gaf ons van elken dans vooraf eene korte

verklaring. Hebben Isidore Duncan en Dalcroze in Azië hunne eerste

indrukken opgedaan, die hen leidden tot eene hervorming van den

Europeeschen dans, is een vraag, die onwillekeurig tot ons komt, als

men de pogingen van deze twee artisten gadeslaat en de volmaaktheid van

't geen zij beoogen in verschillende Aziatische landen voor zich ziet.

Van Tokyo uit, gingen wij twee dagen naar boven, naar Nikko. Dit is

een ander van de drie mooiste punten van Japan en in dit seizoen,

door de tot den top begroeide bergen met Mapleboomen, zeer bijzonder

prachtig. Wij hadden ons van het natuurschoon in Nikko zeer veel

voorgesteld, omdat wij er aanhoudend van gehoord en gelezen hebben,

maar wat wij zagen overtrof onze stoutste verwachtingen. Men staat

eenvoudig ademloos te kijken naar alles rondom, en weet geen woorden

te vinden, om zijne indrukken weder te geven. De natuur is daar

onbeschrijfelijk grootsch. En in die schoone omgeving heeft Japan

zijne prachtigste tempels, die als kunstgewrochten wedijveren met de

schoonheid der natuur waarin zij zich bevinden. Ook de geschiedenis,

aan deze tempels verbonden, is zoo belangrijk en geeft elk onderdeel

eene historische waarde. Voor de Hollanders is het interessant

te weten, dat de mooiste bronzen, reuzengroote candelabre, eene

Hollandsche kandelaar is, een prachtig oud-Hollandsch model, die

ruim 300 jaren geleden door de Hollandsche handels-compagnie in Japan

den Shogun ten geschenke is aangeboden, met het doel, om in één der

tempels van Nikko geplaatst te worden. De tweede in grootte en pracht

is een kandelaar door de bewoners van Yezo den Shogun aangeboden;

deze is ook in Holland vervaardigd en moest dienen als pendant van den

eerstgenoemden. Vreemd is zeker, dat deze twee prachtige candelabres

nimmer zijn opgehangen, doch door een steenen omhulsel beschermd,

bij den ingang van den tempel tentoongesteld zijn.

De tempels in Nikko leveren een aardig mengsel van den Shinto-

en den Buddhistengodsdienst. Het zijn Shintotempels met de Shinto

Tori er voor, doch met de Buddhabeelden binnen in. Men kan in

deze tempels tezelfdertijd de Godin van de Zon, of den God van den

Wind, of een ander afgodje aanbidden en Buddha met zijne discipelen

verheerlijken. Ook de priesters leveren zoo'n heerlijk mixtum. Het

zijn mannen, die zich geheel aan het priesterschap wijden, geen ander

werk verrichten om den kost te verdienen, doch die gewoon wereldsch

getrouwd zijn en een of meer vrouwen en kindertjes bezitten. Deze

vrouwen doen dan dikwijls dienst als tempelmaagden, dat is te zeggen,

zij zitten in een wit gewaad op een mat voor een tempelingang en voeren

min of meer een dans uit, als men een paar centen of een dubbeltje

op de voor haar liggende mat gooit. Wij offerden het dubbeltje, toen

stond de tempelmaagd op, die een hoogst zwangere vrouw bleek te zijn,

voerde eenige ronddraaiende bewegingen uit, accompagneerde zich zelve

met een in de rechterhand dragend belletje en maakte met de linkerhand

eenige ongracieuse handbewegingen.

Ook in Nikko zagen wij, vooral den Zondag, weder tal van schoolkinderen

met de hun begeleidende onderwijzers en onderwijzeressen. Elk deel

van de tempels werd hun verklaard; telkens zagen wij eene klasse

neerhurken en hoorden dan den voor hen staanden onderwijzer eene

uitlegging geven van wat de volgende tempel voor historische beteekenis

heeft en welke onderdeelen het meest te bewonderen zijn.

Een van de karakteristieke bijzonderheden van Nikko is de Roode

Brug. Dit is een heilige brug, waar niemand over loopen mag. Alleen

de vroegere Shoguns en nu de Mikado en bij heel enkele bijzonderheden

de hooge priesters mogen hunne voeten op deze brug zetten. Aan deze

brug is natuurlijk eene geschiedenis verbonden, die fabelachtig

genoeg klinkt, doch die door de Japanners toch als waarheid wordt

aangenomen. Heel erg verkort komt zij daarop neder, dat eene der

Japansche heiligen, Södö Shöhun, eens in zijn droom vier wolken zag,

die hem noodigden te volgen. Hij maakte zich onmiddellijk gereed, om

dat bevel op te volgen en liep dagen achtereen over bergen en dalen tot

hij ten slotte kwam voor den grooten, snelvlietenden stroom, waar nu

de brug staat. Daar kon hij niet verder. Hij ging bidden om hulp. Na

lang genoeg gebeden te hebben, verschenen twee roode draken, die van

beide oevers zich verhieven en boven het midden van den stroom zich

vereenigden. Onmiddellijk zag Shöhun, dat dit de brug was, waarover

hij gaan moest, en aan de andere zijde gekomen, merkte hij de plek, om

daar later een roode brug te bouwen. Dit is nu de mooie, boogvormige,

prachtig roodbruin gelakte roode brug, die met het veelkleurige groen

boven, en den witschuimenden stroom onder zich, een schilderachtig

geheel vormt. De twee dagen, die wij in Nikko doorbrachten, waren

juist genoeg om een onvergetelijken indruk achter te laten en den

wensch te vestigen er nog eens voor langeren tijd te mogen vertoeven.

Toen wij van Nikko weder in het Imperial-hotel in Tokyo aangeland

waren, vonden wij daar eenige kaartjes van Japansche dames, die

onze namen in de lijst der gasten van het hotel vermeld hadden

gezien en getracht hadden ons te bezoeken. Het was ons eerste werk

den volgenden morgen, om deze visites te beantwoorden. Het eerste

bezoek, dat wij brachten, was bij mad. Ma Tsuruda, die een private

hoogeronderwijs-inrichting voor meisjes heeft, doch wier school door

de regeering erkend is, zoodat de diploma's aan haar school behaald,

gelijk gesteld zijn met de regeerings-diploma's. Hoewel mad. Tsuruda

hare leerlingen, meisjes van 16 tot 20 of 22 jaar, hoofdzakelijk tot

onderwijzeressen voor hoogere- en middelbare scholen opleidt, zijn er

toch ook vele meisjes uit de voorname standen onder hare leerlingen,

die eenvoudig de school bezoeken, voor meerdere ontwikkeling. Wij

hoorden van deze interessante Japansche vrouw, die hare opleiding

in Engeland heeft genoten, vele bijzonderheden omtrent het leven en

het werken der moderne Japansche vrouwen, die op het oogenblik eene

geheele hervorming door maken en over niet al te langen tijd met

de Europeesche vrouwen op één lijn gesteld kunnen worden. Voor de

politieke rechten der vrouw, wordt in Japan nog niet veel gevoeld,

wat verklaard moet worden uit het feit, dat de politieke toestand van

het land een zoo geheel bijzondere is en ook de mannen geen noembaren

directen invloed op de regeering uitoefenen. Men gelooft nog heel

sterk, dat de Mikado een godsgezant is en wat hij doet, of wat in

zijn, naam gedaan wordt, door menschelijke inmenging niet verbeterd

kan worden. Zooals de Mikado doet, heeft de god der Japanners het

gewild en zoo moet het uitgevoerd worden.

Na ons bezoek bij mad. Tsuruda, begonnen wij toch een beetje hoop

te koesteren, om in den korten tijd van ons verblijf in Japan,

toch nog iets van een comité of vereeniginkje tot stand te brengen,

die op de een of andere wijze aan den Wereldbond verbonden kan

worden. Mad. Tsuruda werd daarover geraadpleegd en als antwoord zond

zij ons niets anders dan een invitatie voor een lunch, die door 8

Japansche dames onderteekend was.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 129 / 133 题