Den geheelen Zaterdagmiddag reden wij met de twee studenten
rond, bezichtigden allerlei merkwaardigheden en hoorden tal van
bijzonderheden. Zondagmorgen zorgden wij tijdig aan het clubgebouw
aanwezig te zijn, omdat wij in den namiddag nog de Ming-graftomben
en de ruïnes van het oude keizerlijk paleis wilden bezichtigen,
die eenige mijlen buiten de stad gelegen zijn.
Wij wisten niet wat wij zagen, toen wij het clubgebouw naderden. De
geheele poort was met groen en bloemen versierd en de regenboogvlaggen
wapperden in de lucht. Men vertelde ons, dat de Chineesche teekens,
die door de roode rozen in het groen gevormd waren, "Welkom aan
onze vreemde gasten" beteekenden. Woo Mok Lan, die ons bij den
ingang opwachtte, had zich ter onzer eere in Europeesche,--of,
zooals zij het uitdrukte, in Amerikaansche--kleeding gestoken,
waaronder hare hobbelvoetjes in zwart leeren kinderschoentjes
allerkoddigst uitstaken. Zij liep nu veel hobbeliger als op hare
Chineesche schoentjes. Wanneer zij, om niet te vallen, haar rokje
optilde, dan kwamen hare lange witte broekspijpen ongegeneerd te
voorschijn. Wij konden niet nalaten haar te zeggen, hoezeer het ons
speet, dat zij haar mooi, praktisch Chineesch costuum voor het onze
had verwisseld. De andere bestuursleden vertoonden zich gelukkig in
hun eigen nationale kleeding. Woo Mok Lan was niet om aan te zien.
In de zaal, die ook met bloemen en vlaggen versierd was, wachtte
ons een enthousiaste menigte, mannen zoowel als vrouwen. Ook hier
werden wij met muziek ontvangen, waarin wij de goede bedoeling
moesten apprecieeren, maar dat was ook alles wat wij er van konden
waardeeren. Een Chineesch raar gekapt meisje met hard-rose bloemen in
haar gegomde lokken, speelde op een oorverscheurend ontstemde piano
eenige oefeningen, zooals jonge kinderen spelen in de eerste weken
van hunne pianolessen. En toen wij door de twee presidenten der beide
vereenigingen naar onze plaats in het midden der zaal geleid waren,
zong een koor van tien dames ons vanaf het podium een welkomstlied
toe. Wij stemden na deze zang met het hartelijk applaus, dat volgde,
in, dankbaar gestemd dat onze trommelvliezen deze marteling goed
doorstaan hadden. In het midden der zaal, waar onze zetels waren, stond
een groote tafel met een wit laken bedekt en daarop lagen allerlei
vruchten en versnaperingen. Wij waren nauwelijks gezeten, toen de thee
werd rondgediend, bijna onmiddellijk gevolgd door een kop koffie. Toen
volgde stilte. De presidente der vrouwenkiesrechtvereeniging,
Chong Zian Yin, beklom het podium en sprak een welkomstgroet uit,
die onmiddellijk voor ons in het Engelsch vertaald werd en later
schriftelijk werd aangeboden. Daarin werd de dank der Chineesche
vrouwen uitgesproken voor onze komst en de hulp en voorlichting, die
wij haar verschaften. Toen zij de hoop uitsprak, dat wij nog lang
in China mochten blijven en overal waar wij kwamen den vrouwen tot
steun wilden zijn, werd, zoo waar, achter ons de champagne ontkurkt
en moesten wij dien wensch bezegelen met een schuimenden dronk.
Daarop hobbelde miss Woo naar het podium. Hare oogen schitterden van
moeilijk onderdrukt enthousiasme. Haar militante aard sprak uit elk
woord, uit elke beweging. Zij heette ons welkom als de eerste vrouwen
van vreemden bodem, die in China kwamen om den Chineeschen vrouwen de
zusterhand te reiken in haar strijd voor vrijheid en recht. Wij twee
toonden liberaler te zijn dan de regeering der landen, Waaruit wij
kwamen, die nog steeds aarzelen de Chineesche republiek te erkennen;
wij waren gekomen om haar te steunen en de Chineesche vrouwen als
onze gelijken in den Wereldbond voor vrijheid en recht ook voor
vrouwen op te nemen. Zij dankte ons voor onze komst en zeide, dat
onze namen in de geschiedenis der Chineesche vrouwenvereenigingen,
die voor de verheffing der Chineesche vrouw strijden, steeds een
eervolle plaats zullen innemen. En toen werd zij hoe langer hoe
enthousiaster. Zij zette uiteen, dat het leven der vrouw altijd
zwaarder en moeilijker is dan dat van den man, dat, waar voor hem de
dagtaak eindigt, zij er dikwijls nog midden in zit. Zoo ook thans in
China. De strijd voor vrijheid en recht der mannen was geëindigd, die
konden thans hun arbeidsveld overzien en de zaken rustig regelen. Maar
den vrouwen, die schouder aan schouder met de mannen deze vrijheid
bevochten hadden, restte nu nog een zwaardere strijd, een strijd,
die misschien meer offers zou kosten dan de afgeloopene en zeer zeker
veel moeilijker zou zijn, omdat hij moest gestreden worden, niet
zooals de voorgaande, tegenover vijanden, maar tegenover vrienden en
naaste bloedverwanten. Het was de strijd voor vrijheid en recht der
Chineesche vrouw, een, door alle eeuwen heen, vertrapt en geminacht
wezen, die zich opeens oprichtte en zich hare roeping op aarde bewust
was geworden. Vanaf dezen tijd mocht geen vrouw in China meer dulden,
dat zij bij den man werd achtergesteld, in het belang van het geheele
land, moest zij pal staan voor gelijke maatschappelijke en politieke
rechten van mannen en vrouwen. De woorden rolden van hare lippen
en gaven de twee stenografen moeite om haar bij te houden. Ons werd
later een in het Engelsch vertaald woordelijk verslag van hare rede
ter hand gesteld. Beide presidenten boden ons toen een eere-insigne
van hunne respectieve vereenigingen aan; behangen met deze groote
stukken, een in zilver, hangende aan een lint in de republikeinsche
kleuren, de ander in koper, beklom mrs. Catt het podium en heette
China en de nieuwe republiek geluk met de nieuwe Chineesche vrouw,
zooals wij die tot dusver in dit verjongde land hadden ontmoet. Zij
wees op den moeilijken strijd die de vrouwen overal in de wereld te
strijden hebben, doch voornamelijk richtte zij zich tot de aanwezige
mannen om hen te wijzen op hunnen plicht, thans even broederlijk
naast en met de vrouw te strijden, als deze het in den afgeloopen
strijd naast hem heeft gedaan. Daarop moest ik boven komen. Ik wees
de vrouwen er op, dat overal waar de vrouwen op de gemakkelijkste
manier het doel van haar streven bereikt hadden, waar zij reeds
gelijke politieke rechten voor man en vrouw verkregen hadden, dit
bijna altijd was gekomen na een revolutie. Ik vertelde hen van de
vrouwen in Finland, van de vrouwen in Noorwegen en in Portugal en
spoorde hen aan geen inspanning te groot te achten om in de nieuwe
constitutie voor China, hare rechten verzekerd te krijgen. Kregen zij
die nu niet, dan wachtte hen een jarenlange zware strijd. Onze beide
toespraken werden onmiddellijk door een tolk in het Chineesch overgezet
Toen werden wij verzocht naar buiten te komen, waar wij met tal van
Chineesche geestverwanten op een plaatje vereeuwigd werden. Men zal
ons elk een afdruk van die photo naar Peking zenden. Wij moesten
toen met de hoofdpersonen, die ons deze ontvangst bereid hadden,
in de pas geopende industrieschool voor meisjes een Chineesche lunch
gebruiken, waarbij wij twee heel netjes vork en mes kregen. Wij zijn
nu reeds aan alle Chineesche lekkernijen gewend en beginnen er den
smaak van te krijgen. Na de lunch kwamen twee landauers voor, waarin
wij met zes onzer nieuw gemaakte vrienden naar de Mingtomben en de
ruïnes van het keizerlijke paleis reden. Om zes uur bracht men ons
's avonds naar het hotel terug.
De indruk dien wij beiden van de Nanking'sche groep mannen en vrouwen
kregen, was niet zoo gunstig als van die in Shanghaï. In Nanking
waren wij meer in het midden van het land, waar de bevolking niet zoo
veel als in Shanghaï met de Europeesche en Amerikaansche bevolking
in aanraking komt. Het waren niet alleen de uiterlijke manieren,
maar ook de omgang der mannen en vrouwen onderling, de dingen die
wij zagen en hoorden vertellen, die ons dien indruk gaven. Wij zagen
en spraken hier de mannen en vrouwen die in China opgevoed zijn en
die nooit in vreemde omgeving vertoefd hebben. Dit waren de echte
Chineezen. Intelligent zijn zij in hooge mate, maar in nog hooger mate
onpractisch en idealistisch, voorzoover dit laatste niet synoniem
is met het eerste. Van Europa weten zij zoo goed als niets, maar
de stand van zaken in Amerika, waarvan zij de opgesmukte verhalen
hunner daar vertoevende landgenooten gehoord en gelezen hebben,
zweeft hen als een ideaal voor oogen. In hunne verbeelding, die zij
naïef onder woorden brengen, zal China met Amerika de heele wereld
hervormen; de Vereenigde Staten moet hen spoedig de hand reiken,
dat is in beider belang, en dan kunnen de twee grootste Republieken
der wereld door hun voorbeeld een vreedzame evolutie in alle andere
landen tot stand brengen. Geen monarchieën meer, maar volksregeeringen
overal. Wat zij evenwel onder een volksregeering verstaan is verder
van daar verwijderd dan de constitutioneele regeeringsvormen in
de meeste koning- of keizerrijken. Wat ons ook in Nanking in onze
gesprekken met deze mannen en vrouwen zoo duidelijk bleek, was het
totale gebrek aan vertrouwen onderling. In niet een van hunne groote
mannen en leiders stellen zij een onbeperkt vertrouwen, volgens hen
werkt elk voor eigen voordeel en naam en positie, het land komt pas
in de tweede plaats. Om hunne meening te illustreeren, deelde men
ons talrijke bijzonderheden mede uit het intieme leven van dr. Sun,
president Yuan, vice-president Lu en tal van andere grootheden.
Maandagmorgen verlieten wij Nanking om per boot naar Hankow te
vertrekken. Deze driedaagsche tocht over de Yang Tze rivier, in een
mooie, zindelijke boot, met groote, comfortabele hutten en goede
maaltijden, is een waar genot. De geheele reis gaat de boot langs
groene oevers, met min of meer hooge heuvels en hooge bergen op den
achtergrond, telkens stoppen wij even bij een dorpje of door een
hoogen wal omgeven stadje, waarbuiten de hooge pagoden of kerktorens
vroolijk uitsteken, dan weder zien wij een ouden, schilderachtigen
tempel tusschen het groen te voorschijn komen en overal rondom ons
zien wij het echte-ware Chineesche leven te water en te land. Wij
hebben reeds de overtuiging gevestigd, dat een Chineesche tempel alleen
geapprecieerd kan worden als men hem op een afstand en liefst op zich
zelf staand kan zien. Hoe orthodox het Chineesche volk ook mag zijn,
zij geven zich niet veel moeite om hunne tempels in zindelijken en
goed onderhouden staat te houden. Dichtbij bezien, zien zij er allen
onbeschrijfelijk vuil en oud en vermolmd uit.
De Yang Tze-rivier is op een na de langst bevaarbare rivier
in de wereld. De tocht van Nanking tot Hankow is mooi, maar het
schilderachtigst, romantisch-mooie gedeelte komt eerst eenige honderden
mijlen verder dan Hankow.
Wij genoten drie mooie, kalme dagen aan boord van de "Luenyi", die wij
noodig hadden. Sedert wij Hongkong hadden verlaten, was er geen rustig
oogenblik voor ons geweest. De zenuwschokkende tijd aan boord van de
"Persia", de angst, die wij gedurende de typhoon hadden doorstaan, en
het onmiddellijk daarop in Shanghaï aan het werk gaan, met de daarop
volgende drukke en indrukvolle dagen, begon zich te laten gelden
in den vorm van slapeloosheid, lusteloosheid en afmatting. Toen wij
echter Woensdagavond om tien uur Hankow bereikten, was alle moeheid
geweken en gevoelden wij beiden ons weder frisch en gereed nieuwe
indrukken te ontvangen.
De trein, die ons van Hankow naar Peking zal brengen, vertrekt slechts
eens per week en dat is des Vrijdagsmorgens. Wij hadden derhalve
twee nachten, en een geheelen dag in Hankow door te brengen. Men had
ons in Shanghaï geraden in Hankow de boot als hotel te gebruiken,
als ten minste de boot zoo lang in Hankow bleef liggen. Dien raad
hebben wij opgevolgd.
Hankow is eigenlijk een groep van drie steden, Wuchang, Hankow en
Hanyang, die door de Yang Tze-rivier en de Han gescheiden zijn. Zij
bezitten elk een afzonderlijk gemeentebestuur, maar vormen toch
eigenlijk één groote, drukke stad, waar, zooals men zegt, het
commercieele, financieele en industrieele hart van China klopt. Wuchang
alleen bevat meer dan een half millioen zielen,--ik bedoel menschen;
hier in China, waar elke man en vrouw drie zielen heeft, moet men dit
woord correct gebruiken,--terwijl Hankow een bevolking telt van bijna
90.000. Voegt men hierbij de 400.000 van Hanyang, dan ziet men, van
welke beteekenis deze stad, of groep van steden is. De Engelschen,
Franschen, Russen, Duitschers en Japanners bezitten hier allen een
stuk grond, te zamen 1 1/2 millioen vierkante meters groot, waar zij
ieder hun eigen industrieele operaties uitoefenen.
Voor alle consulaten en voor alle fabrieken stond een vrij sterke
troepenmacht van eigen militairen en een oorlogschip van elke vreemde
natie lag in de rivier voor hunne bezitting. Overal in de stad vonden
wij nog in 't oogloopend vele vreemde en Chineesche militairen,
men voelde en zag dat de rust in de stad nog niet volkomen was
teruggekeerd. Zooals men misschien weet, vormde Hankow het stormcentrum
van de pas afgeloopen revolutie; de verwoesting, die nog overal in
de stad zichtbaar is, gaf ons een klein beeld van den omvang en de
beteekenis, die de opstand daar genomen heeft. De twee generaals, die
pas geleden, op bevel van den president Yuan, zonder vorm van proces,
zijn doodgeschoten, zijn van Wuchang afkomstig en de gemoederen zijn
over deze daad nog lang niet tot rust gekomen. De kapitein van onze
boot raadde ons Donderdagmorgen, om de stad niet in te gaan, alvorens
wij bij onze consulaten inlichtingen hadden ingewonnen.
De Amerikaansche consul ontraadde ons ten sterkste, de Chineesche stad
in te gaan, waar wij de Chineesche vrouwenkiesrechtclub zouden vinden;
zelfs onder geleide, vreesde hij, dat ons onaangenaamheden zouden
overkomen. De inboorlingen zijn nog te opgewonden, telkens breken er
nog opstootjes uit; in het midden van de bevolking te gaan, was voor
elke vreemdeling nog gevaarlijk. Teleurgesteld waren wij over dezen
raad zeer zeker, maar wij hebben ons er toch maar aan gehouden. De
consul gaf ons, om deze teleurstelling een beetje te vergoeden, zijn
rijtuig dat hem juist naar zijn bureau had gebracht, om een toer
langs de breede, mooie kade te maken, waar de verschillende naties
hunne bezittingen hebben en noodigde ons uit daarna met hem in het
clubgebouw te lunchen.
Van het platte dak van het sierlijke clubgebouw hadden wij een prachtig
overzicht over de heele omgeving en zagen in vogelvlucht alle verwoeste
gedeelten der stad. Menige bijzonderheid uit die gruwelijke, maar
interessante dagen vernamen wij daar. Noch in Nanking, noch in Hankow
hebben wij een Chinees met een staart gezien. Ik geloof niet, dat in
een dier steden de dragers van dat voorheen algemeene herkenningsteeken
nog een oogenblik veilig zouden zijn. Wij konden ons hier, meer nog
dan in Nanking en Canton een goed denkbeeld vormen van den omvang en de
ernst der afgeloopen revolutie. Na de lunch maakten wij nog een rijtoer
door een ander deel der stad en daarna begaven wij ons maar weder naar
de boot terug om het altijd vreemde en interessante leven te water in
China gade te slaan. Geen Chineesch schipper vergeet, zoodra de zon
ondergaat, om van zijn schip op de een of andere wijze zijne offers
aan den watergeest of aan de geesten van afgestorvenen te brengen.
Vrijdagmorgen vertrokken wij per trein van Hankow naar Peking. Deze
lijn is door een Fransch-Belgisch gezelschap aangelegd, doch is
sedert vier jaar in het bezit der Chineesche regeering gekomen. Alle
employees, voor zoover zij geen Chineezen zijn, zijn nog Franschen
of Belgen; de wagons zijn van Belgisch maaksel en constructie, lang
zoo goed niet als de waggons op de lijn Shanghaï-Nanking. Alleen de
restauratiewagen was uitstekend en het opgediende boven allen lof. Men
kan overtuigd zijn, dat in de keuken Chineesche koks het werk leverden.
Langs de geheele lijn, de afstand is 700 Eng. mijlen en wordt in 28
uren afgelegd, was bij elk station een sterke politiemacht geposteerd,
die, zooals wij hoorden, niet overbodig is, omdat nog herhaaldelijk
hier en daar treinen door zoogenaamde boksers overvallen worden,
die de reizigers uitplunderen. Boksers is een mooie naam voor deze
kerels, die niets anders dan brutale roovers zijn, roovers te land,
neefjes of broertjes van de talrijke zeeroovers hier.
Het landschap bood niets bijzonders aan. Als men de in bijna elke
stad en dorp aanwezige pagoden en tempels en de Chineezen zelf niet
in aanmerking neemt, dan is het landschap vrijwel gelijk aan dat,
wat men in elk bergachtig land vindt. Ik zou haast vergeten ook nog op
te sommen onder de dingen, die men niet in aanmerking moet nemen, de
overal verspreide Chineesche graftomben, die dan eens op een heuveltje,
dan midden in een stuk bouwgrond, of op een stuk rots staan, en dan
eens van meer, dan eens van mindere pretentie zijn.
Hoe meer wij Peking naderden, hoe meer staarten zagen wij. Er waren
zelfs hier en daar soldaten, die dat Chineezenteeken nog lang en breed
over den rug hadden hangen. In sommige dorpen droegen alle mannen, die
wij zagen nog dit herkenningsteeken. Daar leek alles oogenschijnlijk
zoo rustig, alsof de menschen heelemaal van een ommekeer in hun land
niets afwisten, en die óf nooit gehoord hebben dat er reeds twee keer
een regeeringsorder is gegeven, dat elke Chinees vóór begin September,
later verlengd tot eind September, zijn staart moet hebben afgeknipt,
óf die om zoo'n regeeringsbevel niet heel veel geven. Er is zelfs
in het Noorden van China een beweging om de staart weder te laten
groeien en men zegt, dat er een geheime vereeniging bestaat, die het
dragen van den staart weder wil invoeren. Voor elken onzin heeft men
hier geheime vereenigingen. Er is geen Chinees, die niet tot drie of
vier geheime genootschappen behoort.
Om 4 uur bereikten wij Zaterdagmiddag Peking, de stad waar wij vanaf
het begin van onze reis, ons voorgenomen hadden zeker heen te gaan, een
voornemen, dat ons telkens ontraden en als onuitvoerbaar voorgespiegeld
was, doch dat nu toch eindelijk in verwezenlijking was gekomen. Eén
jaar lang hebben wij in zoovele verschillende landen gehoord: "naar
China kunt gij niet gaan" en tot op het laatste oogenblik heeft men ons
nog zoo sterk ontraden in China verder dan tot de kuststreken te gaan,
dat wij ten laatste zelf waren begonnen te twijfelen of wij Peking wel
ooit bereiken zouden. Maar wij zijn hier en wat wij in Peking hooren,
zien en ondervinden, daarvan zal ik in een volgend schrijven vertellen.