IX.

Den geheelen Zaterdagmiddag reden wij met de twee studenten

rond, bezichtigden allerlei merkwaardigheden en hoorden tal van

bijzonderheden. Zondagmorgen zorgden wij tijdig aan het clubgebouw

aanwezig te zijn, omdat wij in den namiddag nog de Ming-graftomben

en de ruïnes van het oude keizerlijk paleis wilden bezichtigen,

die eenige mijlen buiten de stad gelegen zijn.

Wij wisten niet wat wij zagen, toen wij het clubgebouw naderden. De

geheele poort was met groen en bloemen versierd en de regenboogvlaggen

wapperden in de lucht. Men vertelde ons, dat de Chineesche teekens,

die door de roode rozen in het groen gevormd waren, "Welkom aan

onze vreemde gasten" beteekenden. Woo Mok Lan, die ons bij den

ingang opwachtte, had zich ter onzer eere in Europeesche,--of,

zooals zij het uitdrukte, in Amerikaansche--kleeding gestoken,

waaronder hare hobbelvoetjes in zwart leeren kinderschoentjes

allerkoddigst uitstaken. Zij liep nu veel hobbeliger als op hare

Chineesche schoentjes. Wanneer zij, om niet te vallen, haar rokje

optilde, dan kwamen hare lange witte broekspijpen ongegeneerd te

voorschijn. Wij konden niet nalaten haar te zeggen, hoezeer het ons

speet, dat zij haar mooi, praktisch Chineesch costuum voor het onze

had verwisseld. De andere bestuursleden vertoonden zich gelukkig in

hun eigen nationale kleeding. Woo Mok Lan was niet om aan te zien.

In de zaal, die ook met bloemen en vlaggen versierd was, wachtte

ons een enthousiaste menigte, mannen zoowel als vrouwen. Ook hier

werden wij met muziek ontvangen, waarin wij de goede bedoeling

moesten apprecieeren, maar dat was ook alles wat wij er van konden

waardeeren. Een Chineesch raar gekapt meisje met hard-rose bloemen in

haar gegomde lokken, speelde op een oorverscheurend ontstemde piano

eenige oefeningen, zooals jonge kinderen spelen in de eerste weken

van hunne pianolessen. En toen wij door de twee presidenten der beide

vereenigingen naar onze plaats in het midden der zaal geleid waren,

zong een koor van tien dames ons vanaf het podium een welkomstlied

toe. Wij stemden na deze zang met het hartelijk applaus, dat volgde,

in, dankbaar gestemd dat onze trommelvliezen deze marteling goed

doorstaan hadden. In het midden der zaal, waar onze zetels waren, stond

een groote tafel met een wit laken bedekt en daarop lagen allerlei

vruchten en versnaperingen. Wij waren nauwelijks gezeten, toen de thee

werd rondgediend, bijna onmiddellijk gevolgd door een kop koffie. Toen

volgde stilte. De presidente der vrouwenkiesrechtvereeniging,

Chong Zian Yin, beklom het podium en sprak een welkomstgroet uit,

die onmiddellijk voor ons in het Engelsch vertaald werd en later

schriftelijk werd aangeboden. Daarin werd de dank der Chineesche

vrouwen uitgesproken voor onze komst en de hulp en voorlichting, die

wij haar verschaften. Toen zij de hoop uitsprak, dat wij nog lang

in China mochten blijven en overal waar wij kwamen den vrouwen tot

steun wilden zijn, werd, zoo waar, achter ons de champagne ontkurkt

en moesten wij dien wensch bezegelen met een schuimenden dronk.

Daarop hobbelde miss Woo naar het podium. Hare oogen schitterden van

moeilijk onderdrukt enthousiasme. Haar militante aard sprak uit elk

woord, uit elke beweging. Zij heette ons welkom als de eerste vrouwen

van vreemden bodem, die in China kwamen om den Chineeschen vrouwen de

zusterhand te reiken in haar strijd voor vrijheid en recht. Wij twee

toonden liberaler te zijn dan de regeering der landen, Waaruit wij

kwamen, die nog steeds aarzelen de Chineesche republiek te erkennen;

wij waren gekomen om haar te steunen en de Chineesche vrouwen als

onze gelijken in den Wereldbond voor vrijheid en recht ook voor

vrouwen op te nemen. Zij dankte ons voor onze komst en zeide, dat

onze namen in de geschiedenis der Chineesche vrouwenvereenigingen,

die voor de verheffing der Chineesche vrouw strijden, steeds een

eervolle plaats zullen innemen. En toen werd zij hoe langer hoe

enthousiaster. Zij zette uiteen, dat het leven der vrouw altijd

zwaarder en moeilijker is dan dat van den man, dat, waar voor hem de

dagtaak eindigt, zij er dikwijls nog midden in zit. Zoo ook thans in

China. De strijd voor vrijheid en recht der mannen was geëindigd, die

konden thans hun arbeidsveld overzien en de zaken rustig regelen. Maar

den vrouwen, die schouder aan schouder met de mannen deze vrijheid

bevochten hadden, restte nu nog een zwaardere strijd, een strijd,

die misschien meer offers zou kosten dan de afgeloopene en zeer zeker

veel moeilijker zou zijn, omdat hij moest gestreden worden, niet

zooals de voorgaande, tegenover vijanden, maar tegenover vrienden en

naaste bloedverwanten. Het was de strijd voor vrijheid en recht der

Chineesche vrouw, een, door alle eeuwen heen, vertrapt en geminacht

wezen, die zich opeens oprichtte en zich hare roeping op aarde bewust

was geworden. Vanaf dezen tijd mocht geen vrouw in China meer dulden,

dat zij bij den man werd achtergesteld, in het belang van het geheele

land, moest zij pal staan voor gelijke maatschappelijke en politieke

rechten van mannen en vrouwen. De woorden rolden van hare lippen

en gaven de twee stenografen moeite om haar bij te houden. Ons werd

later een in het Engelsch vertaald woordelijk verslag van hare rede

ter hand gesteld. Beide presidenten boden ons toen een eere-insigne

van hunne respectieve vereenigingen aan; behangen met deze groote

stukken, een in zilver, hangende aan een lint in de republikeinsche

kleuren, de ander in koper, beklom mrs. Catt het podium en heette

China en de nieuwe republiek geluk met de nieuwe Chineesche vrouw,

zooals wij die tot dusver in dit verjongde land hadden ontmoet. Zij

wees op den moeilijken strijd die de vrouwen overal in de wereld te

strijden hebben, doch voornamelijk richtte zij zich tot de aanwezige

mannen om hen te wijzen op hunnen plicht, thans even broederlijk

naast en met de vrouw te strijden, als deze het in den afgeloopen

strijd naast hem heeft gedaan. Daarop moest ik boven komen. Ik wees

de vrouwen er op, dat overal waar de vrouwen op de gemakkelijkste

manier het doel van haar streven bereikt hadden, waar zij reeds

gelijke politieke rechten voor man en vrouw verkregen hadden, dit

bijna altijd was gekomen na een revolutie. Ik vertelde hen van de

vrouwen in Finland, van de vrouwen in Noorwegen en in Portugal en

spoorde hen aan geen inspanning te groot te achten om in de nieuwe

constitutie voor China, hare rechten verzekerd te krijgen. Kregen zij

die nu niet, dan wachtte hen een jarenlange zware strijd. Onze beide

toespraken werden onmiddellijk door een tolk in het Chineesch overgezet

Toen werden wij verzocht naar buiten te komen, waar wij met tal van

Chineesche geestverwanten op een plaatje vereeuwigd werden. Men zal

ons elk een afdruk van die photo naar Peking zenden. Wij moesten

toen met de hoofdpersonen, die ons deze ontvangst bereid hadden,

in de pas geopende industrieschool voor meisjes een Chineesche lunch

gebruiken, waarbij wij twee heel netjes vork en mes kregen. Wij zijn

nu reeds aan alle Chineesche lekkernijen gewend en beginnen er den

smaak van te krijgen. Na de lunch kwamen twee landauers voor, waarin

wij met zes onzer nieuw gemaakte vrienden naar de Mingtomben en de

ruïnes van het keizerlijke paleis reden. Om zes uur bracht men ons

's avonds naar het hotel terug.

De indruk dien wij beiden van de Nanking'sche groep mannen en vrouwen

kregen, was niet zoo gunstig als van die in Shanghaï. In Nanking

waren wij meer in het midden van het land, waar de bevolking niet zoo

veel als in Shanghaï met de Europeesche en Amerikaansche bevolking

in aanraking komt. Het waren niet alleen de uiterlijke manieren,

maar ook de omgang der mannen en vrouwen onderling, de dingen die

wij zagen en hoorden vertellen, die ons dien indruk gaven. Wij zagen

en spraken hier de mannen en vrouwen die in China opgevoed zijn en

die nooit in vreemde omgeving vertoefd hebben. Dit waren de echte

Chineezen. Intelligent zijn zij in hooge mate, maar in nog hooger mate

onpractisch en idealistisch, voorzoover dit laatste niet synoniem

is met het eerste. Van Europa weten zij zoo goed als niets, maar

de stand van zaken in Amerika, waarvan zij de opgesmukte verhalen

hunner daar vertoevende landgenooten gehoord en gelezen hebben,

zweeft hen als een ideaal voor oogen. In hunne verbeelding, die zij

naïef onder woorden brengen, zal China met Amerika de heele wereld

hervormen; de Vereenigde Staten moet hen spoedig de hand reiken,

dat is in beider belang, en dan kunnen de twee grootste Republieken

der wereld door hun voorbeeld een vreedzame evolutie in alle andere

landen tot stand brengen. Geen monarchieën meer, maar volksregeeringen

overal. Wat zij evenwel onder een volksregeering verstaan is verder

van daar verwijderd dan de constitutioneele regeeringsvormen in

de meeste koning- of keizerrijken. Wat ons ook in Nanking in onze

gesprekken met deze mannen en vrouwen zoo duidelijk bleek, was het

totale gebrek aan vertrouwen onderling. In niet een van hunne groote

mannen en leiders stellen zij een onbeperkt vertrouwen, volgens hen

werkt elk voor eigen voordeel en naam en positie, het land komt pas

in de tweede plaats. Om hunne meening te illustreeren, deelde men

ons talrijke bijzonderheden mede uit het intieme leven van dr. Sun,

president Yuan, vice-president Lu en tal van andere grootheden.

Maandagmorgen verlieten wij Nanking om per boot naar Hankow te

vertrekken. Deze driedaagsche tocht over de Yang Tze rivier, in een

mooie, zindelijke boot, met groote, comfortabele hutten en goede

maaltijden, is een waar genot. De geheele reis gaat de boot langs

groene oevers, met min of meer hooge heuvels en hooge bergen op den

achtergrond, telkens stoppen wij even bij een dorpje of door een

hoogen wal omgeven stadje, waarbuiten de hooge pagoden of kerktorens

vroolijk uitsteken, dan weder zien wij een ouden, schilderachtigen

tempel tusschen het groen te voorschijn komen en overal rondom ons

zien wij het echte-ware Chineesche leven te water en te land. Wij

hebben reeds de overtuiging gevestigd, dat een Chineesche tempel alleen

geapprecieerd kan worden als men hem op een afstand en liefst op zich

zelf staand kan zien. Hoe orthodox het Chineesche volk ook mag zijn,

zij geven zich niet veel moeite om hunne tempels in zindelijken en

goed onderhouden staat te houden. Dichtbij bezien, zien zij er allen

onbeschrijfelijk vuil en oud en vermolmd uit.

De Yang Tze-rivier is op een na de langst bevaarbare rivier

in de wereld. De tocht van Nanking tot Hankow is mooi, maar het

schilderachtigst, romantisch-mooie gedeelte komt eerst eenige honderden

mijlen verder dan Hankow.

Wij genoten drie mooie, kalme dagen aan boord van de "Luenyi", die wij

noodig hadden. Sedert wij Hongkong hadden verlaten, was er geen rustig

oogenblik voor ons geweest. De zenuwschokkende tijd aan boord van de

"Persia", de angst, die wij gedurende de typhoon hadden doorstaan, en

het onmiddellijk daarop in Shanghaï aan het werk gaan, met de daarop

volgende drukke en indrukvolle dagen, begon zich te laten gelden

in den vorm van slapeloosheid, lusteloosheid en afmatting. Toen wij

echter Woensdagavond om tien uur Hankow bereikten, was alle moeheid

geweken en gevoelden wij beiden ons weder frisch en gereed nieuwe

indrukken te ontvangen.

De trein, die ons van Hankow naar Peking zal brengen, vertrekt slechts

eens per week en dat is des Vrijdagsmorgens. Wij hadden derhalve

twee nachten, en een geheelen dag in Hankow door te brengen. Men had

ons in Shanghaï geraden in Hankow de boot als hotel te gebruiken,

als ten minste de boot zoo lang in Hankow bleef liggen. Dien raad

hebben wij opgevolgd.

Hankow is eigenlijk een groep van drie steden, Wuchang, Hankow en

Hanyang, die door de Yang Tze-rivier en de Han gescheiden zijn. Zij

bezitten elk een afzonderlijk gemeentebestuur, maar vormen toch

eigenlijk één groote, drukke stad, waar, zooals men zegt, het

commercieele, financieele en industrieele hart van China klopt. Wuchang

alleen bevat meer dan een half millioen zielen,--ik bedoel menschen;

hier in China, waar elke man en vrouw drie zielen heeft, moet men dit

woord correct gebruiken,--terwijl Hankow een bevolking telt van bijna

90.000. Voegt men hierbij de 400.000 van Hanyang, dan ziet men, van

welke beteekenis deze stad, of groep van steden is. De Engelschen,

Franschen, Russen, Duitschers en Japanners bezitten hier allen een

stuk grond, te zamen 1 1/2 millioen vierkante meters groot, waar zij

ieder hun eigen industrieele operaties uitoefenen.

Voor alle consulaten en voor alle fabrieken stond een vrij sterke

troepenmacht van eigen militairen en een oorlogschip van elke vreemde

natie lag in de rivier voor hunne bezitting. Overal in de stad vonden

wij nog in 't oogloopend vele vreemde en Chineesche militairen,

men voelde en zag dat de rust in de stad nog niet volkomen was

teruggekeerd. Zooals men misschien weet, vormde Hankow het stormcentrum

van de pas afgeloopen revolutie; de verwoesting, die nog overal in

de stad zichtbaar is, gaf ons een klein beeld van den omvang en de

beteekenis, die de opstand daar genomen heeft. De twee generaals, die

pas geleden, op bevel van den president Yuan, zonder vorm van proces,

zijn doodgeschoten, zijn van Wuchang afkomstig en de gemoederen zijn

over deze daad nog lang niet tot rust gekomen. De kapitein van onze

boot raadde ons Donderdagmorgen, om de stad niet in te gaan, alvorens

wij bij onze consulaten inlichtingen hadden ingewonnen.

De Amerikaansche consul ontraadde ons ten sterkste, de Chineesche stad

in te gaan, waar wij de Chineesche vrouwenkiesrechtclub zouden vinden;

zelfs onder geleide, vreesde hij, dat ons onaangenaamheden zouden

overkomen. De inboorlingen zijn nog te opgewonden, telkens breken er

nog opstootjes uit; in het midden van de bevolking te gaan, was voor

elke vreemdeling nog gevaarlijk. Teleurgesteld waren wij over dezen

raad zeer zeker, maar wij hebben ons er toch maar aan gehouden. De

consul gaf ons, om deze teleurstelling een beetje te vergoeden, zijn

rijtuig dat hem juist naar zijn bureau had gebracht, om een toer

langs de breede, mooie kade te maken, waar de verschillende naties

hunne bezittingen hebben en noodigde ons uit daarna met hem in het

clubgebouw te lunchen.

Van het platte dak van het sierlijke clubgebouw hadden wij een prachtig

overzicht over de heele omgeving en zagen in vogelvlucht alle verwoeste

gedeelten der stad. Menige bijzonderheid uit die gruwelijke, maar

interessante dagen vernamen wij daar. Noch in Nanking, noch in Hankow

hebben wij een Chinees met een staart gezien. Ik geloof niet, dat in

een dier steden de dragers van dat voorheen algemeene herkenningsteeken

nog een oogenblik veilig zouden zijn. Wij konden ons hier, meer nog

dan in Nanking en Canton een goed denkbeeld vormen van den omvang en de

ernst der afgeloopen revolutie. Na de lunch maakten wij nog een rijtoer

door een ander deel der stad en daarna begaven wij ons maar weder naar

de boot terug om het altijd vreemde en interessante leven te water in

China gade te slaan. Geen Chineesch schipper vergeet, zoodra de zon

ondergaat, om van zijn schip op de een of andere wijze zijne offers

aan den watergeest of aan de geesten van afgestorvenen te brengen.

Vrijdagmorgen vertrokken wij per trein van Hankow naar Peking. Deze

lijn is door een Fransch-Belgisch gezelschap aangelegd, doch is

sedert vier jaar in het bezit der Chineesche regeering gekomen. Alle

employees, voor zoover zij geen Chineezen zijn, zijn nog Franschen

of Belgen; de wagons zijn van Belgisch maaksel en constructie, lang

zoo goed niet als de waggons op de lijn Shanghaï-Nanking. Alleen de

restauratiewagen was uitstekend en het opgediende boven allen lof. Men

kan overtuigd zijn, dat in de keuken Chineesche koks het werk leverden.

Langs de geheele lijn, de afstand is 700 Eng. mijlen en wordt in 28

uren afgelegd, was bij elk station een sterke politiemacht geposteerd,

die, zooals wij hoorden, niet overbodig is, omdat nog herhaaldelijk

hier en daar treinen door zoogenaamde boksers overvallen worden,

die de reizigers uitplunderen. Boksers is een mooie naam voor deze

kerels, die niets anders dan brutale roovers zijn, roovers te land,

neefjes of broertjes van de talrijke zeeroovers hier.

Het landschap bood niets bijzonders aan. Als men de in bijna elke

stad en dorp aanwezige pagoden en tempels en de Chineezen zelf niet

in aanmerking neemt, dan is het landschap vrijwel gelijk aan dat,

wat men in elk bergachtig land vindt. Ik zou haast vergeten ook nog op

te sommen onder de dingen, die men niet in aanmerking moet nemen, de

overal verspreide Chineesche graftomben, die dan eens op een heuveltje,

dan midden in een stuk bouwgrond, of op een stuk rots staan, en dan

eens van meer, dan eens van mindere pretentie zijn.

Hoe meer wij Peking naderden, hoe meer staarten zagen wij. Er waren

zelfs hier en daar soldaten, die dat Chineezenteeken nog lang en breed

over den rug hadden hangen. In sommige dorpen droegen alle mannen, die

wij zagen nog dit herkenningsteeken. Daar leek alles oogenschijnlijk

zoo rustig, alsof de menschen heelemaal van een ommekeer in hun land

niets afwisten, en die óf nooit gehoord hebben dat er reeds twee keer

een regeeringsorder is gegeven, dat elke Chinees vóór begin September,

later verlengd tot eind September, zijn staart moet hebben afgeknipt,

óf die om zoo'n regeeringsbevel niet heel veel geven. Er is zelfs

in het Noorden van China een beweging om de staart weder te laten

groeien en men zegt, dat er een geheime vereeniging bestaat, die het

dragen van den staart weder wil invoeren. Voor elken onzin heeft men

hier geheime vereenigingen. Er is geen Chinees, die niet tot drie of

vier geheime genootschappen behoort.

Om 4 uur bereikten wij Zaterdagmiddag Peking, de stad waar wij vanaf

het begin van onze reis, ons voorgenomen hadden zeker heen te gaan, een

voornemen, dat ons telkens ontraden en als onuitvoerbaar voorgespiegeld

was, doch dat nu toch eindelijk in verwezenlijking was gekomen. Eén

jaar lang hebben wij in zoovele verschillende landen gehoord: "naar

China kunt gij niet gaan" en tot op het laatste oogenblik heeft men ons

nog zoo sterk ontraden in China verder dan tot de kuststreken te gaan,

dat wij ten laatste zelf waren begonnen te twijfelen of wij Peking wel

ooit bereiken zouden. Maar wij zijn hier en wat wij in Peking hooren,

zien en ondervinden, daarvan zal ik in een volgend schrijven vertellen.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 121 / 133 题